ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6780
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-11-2002 · zaaknummer AWB 02/50023
Inhoudsindicatie
AC-procedure / onderzoeksverplichting. Uitgangspunt bij de toetsing van besluiten door de rechtbank is dat moet worden bezien of het door verweerder genomen besluit in rechte houdbaar is. Dit brengt met zich dat nieuwe feiten en omstandigheden die door eiser voor het nemen van het besluit ingebracht hadden kunnen en moeten worden in beginsel door de rechter bij de beoordeling van de vraag of verweerder een in rechte houdbaar besluit nam buiten beschouwing moeten blijven. Verweerder had ten tijde van het nemen van het besluit immers niet de beschikking over deze gegevens. Nu het gegevens betreft die eiser had moeten leveren, bestond er voor verweerder ook geen verplichting om op basis van artikel 3:2 Awb naar dat soort gegevens zelfstandig onderzoek te doen. De rechtbank wijst er uitdrukkelijk op dat zij hier slechts het oog heeft op gegevens die de persoon van eiser betreffen en die naar hun aard slechts kunnen worden verstrekt door eiser en niet op door eiser in beroep ingenomen standpunten met betrekking tot een - in de meest ruime zin van het begrip - onjuiste toepassing van de Awb of de vreemdelingenwetgeving. Onder omstandigheden kan echter eiser in beroep in de gelegenheid worden gesteld ook op basis van vorenbedoelde nog niet eerder bij verweerder naar voren gebrachte gegevens, argumenten en stukken aan te tonen dat verweerders besluit inhoudelijk onjuist is. Dit is met name het geval indien verweerder er voor heeft gekozen de voorbereiding van het bestreden besluit te doen plaats vinden in het kader van de AC-procedure. Deze procedure kenmerkt zich door een zeer korte duur, waarin het voor eiser niet steeds mogelijk zal zijn al hetgeen relevant is voor een zorgvuldige beslissing tijdig aan verweerder over te leggen. De rechtbank wijst in dit verband naar de uitspraken van de ABRS van 18 juni 2002 en van 25 januari 2001. Daaruit blijkt dat van een absoluut onder alle omstandigheden geldend verbod om meerbedoelde, nog niet eerder bij verweerder naar voren gebrachte feiten, omstandigheden en stukken mee te nemen geen sprake is. Eiser is er evenwel niet in geslaagd om met de, in beroep overgelegde, originele documenten aan te tonen dat het bestreden besluit onjuist is. Voor verweerder bestaat er derhalve geen plicht om onderzoek te doen naar de authenticiteit van meergenoemde documenten. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie te ‘s Gravenhage
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie te ‘s Gravenhage
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
