ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5820
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-12-2002 · zaaknummer AWB 01/55306
Inhoudsindicatie
Procesbelang / schadevergoeding. Eiser, afkomstig uit Sierra Leone, is in bezwaar een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd ex artikel 29, onder c, Vw 2000 verleend. Eiser stelt dat verweerder hem bij wege van compensatie een vergunning voor onbepaalde tijd had moeten verlenen. De rechtbank deelt onder verwijzing naar Afdelingsjurisprudentie het in deze stelling impliciet opgenomen oordeel dat de Vw 2000 noch het overgangsrecht van de Vw 2000 hiertoe een grondslag biedt. Met eiser is de rechtbank echter van oordeel dat deze jurisprudentie niet uitsluit dat in overgangsrechtelijke gevallen als het onderhavige schadeplichtigheid van verweerder zou kunnen ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser belang bij de beoordeling van de gestelde schadeplicht en het beroep op artikel 8:73 Awb. Met betrekking tot de toetsing aan dit artikel komt de rechtbank tot het oordeel dat het primaire besluit onrechtmatig is. Op de vraag of verweerder om die reden schadevergoeding had moeten aanbieden overweegt de rechtbank dat de civielrechtelijke criteria inzake geschillen over de onrechtmatige overheidsdaad van toepassing zijn. Eiser had zijn schade in vermogensrechtelijke zin moeten stellen en zonodig bewijzen. Eiser heeft ter zitting gesteld dat hij schade lijdt door een mindere positie op de arbeidsmarkt. De rechtbank oordeelt dat de enkele beperkte looptijd van eisers arbeidscontract niet als schade in de zin van artikel 6:95 BW kan worden beschouwd omdat eiser niet gesteld heeft dat hij genoegen heeft moeten nemen met mindere materiële arbeidsvoorwaarden of dat zijn contract niet zou kunnen worden verlengd. Nu van schade in de zin van artikel 6:95 BW geen sprake is, behoeft niet aan de overige vereisten van artikel 6:162 en 6:163 BW getoetst te worden en behoeft ook de vraag of het ontbreken van (een vorm van) schadevergoeding het bestreden besluit onrechtmatig maakt, niet meer te worden beantwoord. Omdat het beroep ook voor het overige ongegrond is en het bestreden besluit in stand blijft komt de rechtbank aan het verzoek tot toepassing van artikel 8:73 Awb niet toe. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- H.C. van Asperen
- I. Procesverloop
- P.E.G. Heijdanus Meershoek
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
