ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5230
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-12-2002 · zaaknummer AWB 02/88622 VRONTN (voorlopige voorziening) en AWB 02/88624 VRONTN (beroep)
Inhoudsindicatie
Afghanistan / categoriaal beschermingsbeleid. Aan verzoeker kan worden toegegeven dat kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij de vraag of het ambtsbericht over Afghanistan van 19 augustus 2002 voldoende feitelijke grondslag biedt voor het oordeel dat terugkeer naar het land van herkomst niet langer van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar, nu uit dit ambtsbericht blijkt dat de situatie in grote delen van Afghanistan reden tot zorg geeft. Dezelfde kanttekeningen kunnen worden geplaatst bij het verslag van het debat in de Tweede Kamer van 12 september 2002. Daaruit blijkt niet in hoeverre de Tweede Kamer zich een afgewogen oordeel heeft gevormd over de vraag of het ambtsbericht voldoende feitelijke grondslag biedt voor de conclusie dat de situatie in het grootste gedeelte van Afghanistan terugkeer van mensen wel degelijk mogelijk maakt, ondanks lokale zorgen die je kunt hebben, aldus de CDA-woordvoerder. Dit neemt evenwel niet weg dat de rechter zich zeer terughoudend dient op te stellen, gelet op de taken van enerzijds de uitvoerende en controlerende machten en anderzijds de rechterlijke macht in het Nederlandse staatsbestel. Gelet op de wijziging van het regime in Afghanistan en de wil van de regering Karzai om de veiligheidssituatie in Afghanistan te verbeteren, kon de minister in redelijkheid tot het standpunt komen dat in het bijzonder de aard van het geweld als bedoeld in artikel 3.106, aanhef en onder a, Vb 2000 niet van dusdanige aard is dat deze zou nopen tot de conclusie dat het voeren van een beleid van categoriale bescherming is geïndiceerd. Niet alle internationale organisaties wijzen vrijwillige terugkeer af, in het bijzonder de UNHCR niet, hetgeen blijkens artikel 3.106, aanhef en onder b, Vb 2000 in de afweging dient te worden betrokken, terwijl Nederland niet het enige land in Europa is dat het standpunt inneemt dat vrijwillige terugkeer van Afghaanse asielzoekers mogelijk is, hetgeen ingevolge artikel 3.106, aanhef en onder c, Vb 2000 relevant is. Tevens neemt de rechtbank daarbij in aanmerking dat verweerder niet is teruggekomen op diens eerder ingenomen standpunt dat niet wordt uitgezet naar Afghanistan doch dat Afghanen met behulp van het IOM in staat worden gesteld vrijwillig terug te keren (zie uitspraak AWB 02/72342 en 02/72344 rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2002). Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- I. PROCESVERLOOP
- R.H. Visser
- W.H.M. Ummels
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
