ECLI:NL:RBSGR:2002:AF5174
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-12-2002 · zaaknummer AWB 02/86539, 02/86542
Inhoudsindicatie
Liberia / categoriaal beschermingsbeleid. Verzoeker stelt dat terugkeer naar Liberia van een bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar. De minister van Buitenlandse Zaken heeft op 15 juli 2002 een algemeen ambtsbericht over de situatie in Liberia uitgebracht. Op 16 oktober 2002 is een actualisering van dat ambtsbericht uitgebracht. Bij brief van 16 oktober 2002 heeft de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie beide ambtsberichten aan de voorzitter van de Tweede Kamer aangeboden. Blijkens deze brief heeft de minister besloten om op grond van de informatie uit de ambtsberichten geen bijzonder beleid voor Liberia te voeren. De namens verzoeker aangehaalde documenten geven geen aanleiding tot een andere conclusie te komen. De rechtbank overweegt dat verweerder een ruime beoordelingsmarge toekomt, gelet op de uitspraak 200104464/1 van de ABRS van 8 november 2001. De aanwending hiervan kan toetsing in rechte slechts dan niet doorstaan, indien geoordeeld moet worden dat verweerder bij afweging van alle daarvoor in aanmerking komende belangen en gegeven de feitelijke grondslag ervan, niet in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Voor de feitelijke situatie ter plaatse heeft verweerder zich gebaseerd op voornoemde ambtsberichten. Gelet op onder meer de uitspraak 200103977/1 van 12 oktober 2001 van de ABRS kan een ambtsbericht omtrent de situatie in een land worden aangemerkt als een deskundigenadvies aan de minister ten behoeve van de uitoefening van diens bevoegdheden. Daartoe dient het op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze informatie te verschaffen, onder aanduiding, voor zover mogelijk en verantwoord, van de bronnen, waaraan deze is ontleend. Niet gebleken is dat hieraan niet wordt voldaan, wat betreft het voormelde ambtsbericht. In het ambtsbericht heeft de minister geen aanleiding hoeven te zien een ander standpunt in te nemen. De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen sprake is van een zodanige mate van geweld en spreiding van geweld, dat dit heeft geleid tot een humanitaire noodsituatie. Verweerder heeft terecht tot het oordeel kunnen komen dat terugkeer naar, dan wel verblijf in, Liberia in verband met de algehele situatie aldaar niet van bijzondere hardheid is en dat het beleid inzake Liberia ongewijzigd kan worden voortgezet. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
