ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4551
Rechtbank 's-Gravenhage · 10-12-2002 · zaaknummer AWB 02/86499, 02/86501
Inhoudsindicatie
Sierra Leone / tegenstrijdigheden eerste en nader gehoor. Het oordeel van verweerder dat niet geloofwaardig is dat verzoeker door rebellen in Sierra Leone is opgepakt, steunt onder meer op het feit dat verzoeker hiervan in het eerste gehoor geen melding heeft gemaakt. Onder verwijzing naar de uitspraak 200204720/1 van de ABRS van 8 oktober is de voorzieningenrechter evenwel van oordeel dat dit verzoeker niet kan worden tegengeworpen. Het eerste gehoor richt zich immers niet op de asielmotieven van de vreemdeling. De tijdens dat gehoor gestelde vraag naar arrestaties of detenties moet dan ook veeleer worden gelezen in verband met de daaraan vooraf gestelde vraag naar criminele antecedenten en moet los worden gezien van het asielrelaas. In het aanvullend nader gehoor heeft verzoeker verklaard dat hij tijdens het eerste gehoor niet heeft verteld dat hij in Sierra Leone was opgepakt, omdat de gehoormedewerker zei dat hem daar niet naar werd gevraagd. De voorzieningenrechter overweegt dat blijkens het verslag van de gehoren, met name het aanvullend nader gehoor, niet uitgesloten kan worden dat de door verweerder geconstateerde tegenstrijdigheden een gevolg zijn van een misverstand tussen de gehoormedewerker en verzoeker. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder verzoeker in de gelegenheid had moeten stellen zich nogmaals uit te laten over gebeurtenissen tijdens zijn gestelde verblijf bij de rebellen. Hiertoe wordt mede in aanmerking genomen dat dit het centrale onderdeel van het asielrelaas betreft, dat verzoeker tijdens de gehoren zowel over de aanval op Koidu als zijn verblijf daarna bij de rebellen en in de bush de nodige details heeft verstrekt en dat het relaas past binnen de Sierra Leoonse context in die periode. Voorts is van belang dat de overige door verweerder in het bestreden besluit gestelde omstandigheden op zichzelf noch in onderlinge samenhang voldoende zijn om reeds daarom te concluderen dat aan het asielrelaas geen geloof kan worden gehecht. Dat verzoeker, behoudens één naam, geen namen van rebellen kan noemen, bevreemdt, maar is op zichzelf niet voldoende voor die conclusie. Hetzelfde geldt ten aanzien van het argument dat verzoeker onvoldoende documenten heeft overgelegd en vage verklaringen over de reis naar Nederland heeft afgelegd, te meer nu verzoekers nationaliteit door verweerder niet in twijfel wordt getrokken. Het besluit is niet met de benodigde zorgvuldigheid tot stand gekomen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- J.G.M. van Horne
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
