ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4483
Rechtbank 's-Gravenhage · 30-08-2002 · zaaknummer AWB 02/62200
Inhoudsindicatie
AC-procedure / zienswijze / geloofwaardigheid asielrelaas. Het door de rechtshulp gedane verzoek om verlenging van de termijn om een zienswijze in te dienen is afgewezen onder verwijzing naar artikel 3.117 Vb 2000. eiser, afkomstig uit Wit-Rusland, stelt dat de termijn van drie proces-uren voor het indienen van een zienswijze in casu niet als redelijk kan worden beschouwd. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 39, tweede lid, Vw 2000 en in artikel 3.117, tweede lid, Vb 2000 is bepaald op drie procesuren. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er voor verweerder geen ruimte voor het maken van uitzonderingen op dan wel het verlengen van deze termijn. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet langer op dat standpunt kan stellen dat afbreuk wordt gedaan aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas, omdat eiser toerekenbaar onvoldoende documenten heeft overgelegd om zijn nationaliteit en reisroute te kunnen vaststellen. Immers in beroep heeft eiser kopieën overgelegd van zijn lidmaatschapskaart van de BNF en van de eerste pagina van zijn paspoort. Ter zitting stelt verweerder dat het asielrelaas als ongeloofwaardig moet worden beschouwd. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan verweerder tot deze wijziging van standpunt ten nadele van eiser kon komen. De rechtbank ziet aanleiding om de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiser uit te gaan. De rechtbank merkt op dat geen ambtsbericht ten aanzien van de situatie in Wit-Rusland beschikbaar is en uit de wel beschikbare algemene informatie blijkt dat de situatie in Wit-Rusland niet rooskleurig is. De rechtbank is van oordeel dat extra zorgvuldigheid moet worden betracht bij behandeling van deze aanvraag. Verweerder stelt dat de gebeurtenissen niet specifiek op de persoon van eiser waren gericht. De rechtbank is van oordeel dat verweerder deze conclusie niet heeft mogen trekken, gelet op de verklaringen van eiser. Uit die verklaringen en een rapport van Amnesty International omtrent de situatie in Wit-Rusland in 2001 leidt de rechtbank af dat eiser wel degelijk in de specifieke aandacht van de Wit-Russische autoriteiten staat. Verweerder heeft eiser tegengeworpen dat hij pas later is vertrokken. De rechtbank acht het aannemelijk dat de situatie voor eiser pas in een latere fase zodanig ernstig was dat hij besloot te vertrekken. In de bestreden beschikking wordt opgemerkt dat eiser geen bescherming bij de autoriteiten heeft gevraagd in verband met de mishandelingen bij zijn aanhoudingen. Uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij wel naar de politie is geweest om aangifte te doen van een mishandeling op straat en heeft daarover een document overgelegd. De rechtbank acht dan ook aannemelijk dat, nu eiser wel heeft geprobeerd aangifte te doen van mishandeling door autoriteiten, hij verder geen pogingen heeft gedaan de bescherming van de autoriteiten tegen mishandelingen door de autoriteiten in te roepen. De rechtbank concludeert dat verweerder in strijd met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld door de aangekondigde zienswijze niet af te wachten en ziet aanleiding het beroep gegrond te verklaren en de bestreden beschikking te vernietigen wegens strijd met artikel 3:2 Awb. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
Stichting Rechtsbijstand Asiel te Arnhem
eiser · bedrijf
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
