ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4434
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-12-2002 · zaaknummer AWB 02/26739
Inhoudsindicatie
Centraal-Irak / categoriaal beschermingsbeleid. De vraag is of verweerder in het ambtsbericht van 9 april 2002, alsmede in de omstandigheid dat verweerder op 21 mei 2002 een vertrekmoratorium heeft ingesteld voor asielzoekers uit Centraal-Irak, aanleiding had moeten zien om een categoriaal beschermingsbeleid te voeren voor asielzoekers die afkomstig zijn uit Centraal-Irak. Uit het ambtsbericht is naar voren gekomen dat het middels het terugkeerprogramma van de IOM voor afgewezen Iraakse asielzoekers mogelijk is om naar Irak terug te keren. Bij besluit van 21 mei 2002 heeft verweerder een vertrekmoratorium ingesteld voor asielzoekers afkomstig uit Centraal-Irak. Verweerder heeft dit aan de Tweede Kamer medegedeeld. Daarbij heeft verweerder aangegeven dat hij geen aanleiding ziet zijn beleid ten aanzien van Centraal-Iraakse asielzoekers te wijzigen. Volgens de rechtbank is bij de beoordeling van de vraag of er ten aanzien van een bepaalde groep asielzoekers sprake is van een binnenlands verblijfsalternatief, zodat het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid achterwege kan blijven, relevant of een asielzoeker uit die groep daadwerkelijk van dat binnenlands verblijfsalternatief gebruik kan maken. Indien vaststaat dat dit niet het geval is dan kan niet in redelijkheid gesteld worden dat er sprake is van een binnenlands verblijfsalternatief ter plaatse voor die categorie van personen. Blijkens het schrijven van 21 mei 2002 en de uitlatingen van verweerder ter zitting is de minister van Buitenlandse Zaken in overleg met de KDP om de mogelijkheid om Centraal-Iraakse asielzoekers toe te laten tot KDP gebied te bespreken. Deze besprekingen met de KDP hebben volgens verweerder het karakter van een constante dialoog. Namens eiser is niet aannemelijk gemaakt dat dit overleg niet langer gaande is. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er op dit moment nog geen sprake is van een voldongen feit (te weten een definitief standpunt van de KDP/KRG inzake toelating van asielzoekers uit Centraal-Irak). Verweerder heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er vooralsnog geen aanleiding is om een categoriaal beschermingsbeleid te voeren voor asielzoekers, afkomstig uit Centraal-Irak en dat een vertrekmoratorium op dit moment het juiste instrument is voor de ontstane situatie. Beroep ongegrond.
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
