Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3764

Rechtbank 's-Gravenhage · 16-10-2002 · zaaknummer AWB 02/78025 MVV

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Mvv / niet tijdig beslissen. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een mvv met als doel verblijf bij haar partner (referent). Bij brief van 19 juli 2002 heeft het hoofd van de Visadienst namens verweerder aan referent bericht geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van een mvv met de kanttekening daarvan alsnog te kunnen afzien als nadere feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven. Bij brief van 2 oktober 2002 heeft verzoekster zich gewend tot de Nederlandse ambassade te Damascus in Syrië met de mededeling dat aan haar tot op heden geen mvv is verstrekt. Haar rechtmatig verblijf in Syrië zal op 17 oktober 2002 zijn beëindigd. Verzoekster stelt dat de huidige situatie in Centraal-Irak in combinatie met de omstandigheid dat referent in Nederland is erkend als vluchteling eraan in de weg staan dat zij terugkeert naar Irak. In reactie hierop heeft de Ambassade bericht dat aangezien het voor de Ambassade niet mogelijk is om de authenticiteit van een Iraaks paspoort vast te stellen, altijd een identificerend interview met betrokkenen wordt afgenomen. De gevraagde voorziening, te weten het verlenen van een mvv dan wel het opdragen aan verweerder om verzoekster te behandelen als ware zij in het bezit van een mvv, is een vergaande maatregel die feitelijk niet omkeerbaar is. Dat brengt met zich mee dat sprake moet zijn van zeer zwaarwegende omstandigheden om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De rechtbank is van oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van verzoekster uitmondt, nu verzoekster stelt een spoedeisend belang te hebben bij de gevraagde voorziening, en verweerder haar belang bij het niet toewijzen van de gevraagde voorziening niet nader heeft toegelicht. Daarentegen staat juist vast dat er in juli 2002 een verklaring van geen bezwaar is afgegeven en dat in augustus 2002 een identificerend interview met verzoekster heeft plaatsgevonden. Voorts acht de rechtbank het van belang dat de termijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag van 23 januari 2002 ruimschoots is verstreken. Toewijzing verzoek. Verweerder dient verzoekster te behandelen als ware zij in het bezit van een mvv.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.