ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3753
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-11-2002 · zaaknummer AWB 01/58690
Inhoudsindicatie
Gezinshereniging / objectieve belemmering / inherente afwijkingsbevoegdheid. Vaststaat dat eiseres ten tijde van het bestreden besluit niet voldeed aan de voorwaarden van het Nederlandse gezinsherenigingsbeleid. In het kader van het beroep van eiseres op artikel 8 EVRM overweegt de rechtbank dat verweerder ten onrechte geheel is voorbijgegaan aan het feit dat referent de Nederlandse nationaliteit heeft en in Nederland als verdragsvluchteling is toegelaten wegens een conflict tussen zijn familie en de Afghaanse Noordelijke Alliantie, die naar hij stelt ook in de vluchtelingenkampen in Peshawar, waar eiseres verblijft, grote invloed heeft. Derhalve bestaat, mede gelet op het bepaalde in hoofdstuk B2/13.2.3.1 Vc 2000, een zeer sterk vermoeden van een objectieve belemmering voor referent om zich samen met eiseres duurzaam in Pakistan dan wel in Afghanistan te vestigen. Een dergelijk vermoeden kan slechts op individuele gronden van de betreffende zaak worden weerlegd, waarbij de rechtbank niet afdoende acht dat referent eiseres een aantal malen in Pakistan heeft bezocht. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerders besluit een daadkrachtige motivering ontbeert wat betreft het al dan niet gebruik maken van de inherente afwijkingsbevoegdheid bij het beleid inzake gezinshereniging. Verweerder heeft bij brief van 16 oktober 2002 het volgende betoogd. Gelet op de imperatieve formulering van de artikelen 3.13 tot en met 3.22 Vb 2000 moet een verblijfsvergunning worden verleend indien aan die voorwaarden wordt voldaan. Wanneer dat niet het geval is, is daarmee ook blijkens de memorie van toelichting bij artikel 3.13 Vb 2000 niet uitgesloten dat de vergunning kan worden verleend, hetgeen tot uitdrukking is gebracht in het tweede lid van dit artikel. In dat geval dient wel te worden voldaan aan de voorwaarden genoemd in hoofdstuk B2/2 Vc 2000. Dit betekent dat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik kan worden gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid. Zoals namens eiseres bij brief van 1 november 2002 evenwel terecht is opgemerkt, kan verweerder niet worden gevolgd in zijn stelling dat het verweerschrift als zodanig moet worden gelezen. Er is immers expliciet aangegeven dat geen ruimte bestaat voor toepassing van de inherente afwijkingsbevoegdheid. Verweerder heeft ten onrechte verzuimd na te gaan of de door eiseres in beroep aangedragen feiten ten aanzien van de situatie waaronder zij in Peshawar verblijft aanleiding vormen voor toepassing van de inherente afwijkingsbevoegdheid. Beroep gegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A. Boesjes
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
