Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3739

Rechtbank 's-Gravenhage · 03-12-2002 · zaaknummer AWB 02/41753 MVV

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Mvv / verruimde gezinshereniging / belangenafweging. Referente heeft verzocht om afgifte van een mvv ten behoeve van haar moeder. Op de aanvraag is afwijzend beslist. Ter zitting heeft verweerder erkend dat sprake is van gezinsleven tussen volwassenen. In situaties waarin in verband met een relatie tussen volwassenen de bescherming van artikel 8 EVRM wordt ingeroepen moet in elk geval sprake zijn van ‘evidence of further elements of dependency involving more than the normal emotional ties’. Bij de beoordeling van de vraag of aan eiseres verblijf op grond van artikel 8 EVRM moet worden toegestaan, moet verweerder een verdergaande belangenafweging maken tussen enerzijds verweerders belang bij handhaving van het restrictief toelatingsbeleid en anderzijds het belang van eiseres en referente bij uitoefening van hun familie- en gezinsleven. Het bereiken van een ‘fair balance’ tussen deze belangen staat daarbij voorop. Allereerst staat de vraag ter beantwoording of sprake is van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie. Niet is gebleken dat verweerder in dit kader alle door eiseres aangevoerde bijzondere omstandigheden voldoende zorgvuldig heeft onderzocht, en daar rekening mee heeft gehouden. De door verweerder aangevoerde omstandigheden zijn op zichzelf ontoereikend voor het standpunt dat niet van een bijzondere afhankelijkheidsrelatie kan worden gesproken. Verweerder heeft miskend dat van een dergelijke afhankelijkheidsrelatie onder omstandigheden ook sprake kan zijn als de gezondheidstoestand van de betrokken familieleden er toe kan leiden dat uitoefening van het gezinsleven buiten Nederland blijvend onmogelijk is. In een dergelijke situatie dient verweerder zich ook rekenschap te geven van de gevolgen van een niet-inwilligend besluit. Niet is gebleken dat verweerder onder ogen heeft gezien dat eiseres - bij gelijkblijvende omstandigheden - medio 2003 mogelijk een voor inwilliging vatbaar beroep op het ouderenbeleid kan doen. Uit het voorgaande volgt dat ook de toegespitste belangenafweging, als in het kader van artikel 8 EVRM vereist, ten onrechte achterwege is gebleven. Het bestreden besluit ontbeert derhalve in tweeërlei opzicht een deugdelijke motivering. Beroep gegrond.

Advocaten

  • A.A.K. Sol
  • I. PROCESVERLOOP

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.