ECLI:NL:RBSGR:2002:AF3652
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-12-2002 · zaaknummer AWB 01/40264, 01/40261 BEPTDN H
Inhoudsindicatie
Amv / rechtsmiddel / schorsende werking. De grieven van eiser zijn gericht tegen het niet verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). Een oordeel over de aanspraak van eiser op een dergelijke verblijfsvergunning valt buiten de grenzen van het onderhavige geschil. Verweerder heeft ter motivering van de bestreden beschikking weliswaar verwezen naar het schriftelijke voornemen tot afwijzing, waarin is opgenomen dat eiser geen aanspraak kan maken op het beleid amv’s. Het voornemen om tot afwijzing van de aanvraag over te gaan kan echter uitsluitend betrekking hebben op de gevraagde verblijfsvergunning asiel. De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de grieven die gericht zijn tegen de weigering om een verblijfsvergunning regulier. Verweerder heeft bepaald dat het instellen van beroep tegen de bestreden beschikking geen schorsende werking heeft. Volgens eiser is dit in strijd met het uitgangspunt van de Vw 2000, verwoord in artikel 82, eerste lid, Vw 2000, dat aan het indienen van een rechtsmiddel van rechtswege schorsende werking is verbonden. Verweerder heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat in geval van eiser sprake was van de in het vierde lid van voornoemd artikel 82 Vw 2000 genoemde uitzonderingssituatie. De rechtbank is van oordeel dat op grond van artikel 82, vierde lid, Vw 2000 het instellen van beroep tegen de bestreden beslissing geen opschortende werking heeft, indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen op grond van artikel 59 Vw 2000. Op het moment waarop de bestreden beslissing werd geslagen, was eiser vrijheid ontnomen op basis van een strafrechtelijke titel en niet op basis van artikel 59 Vw 2000. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiser na ommekomst van zijn strafrechtelijke detentie of op enig ander moment na het slaan van de bestreden beslissing in vreemdelingenbewaring is gesteld. De in het vierde lid van artikel 82 Vw 2000 genoemde situatie heeft zich niet voorgedaan. Evenmin is sprake van een van de andere in artikel 82 Vw 2000 genoemde gevallen op grond waarvan het instellen van beroep geen schorsende werking heeft. Het moet ervoor worden gehouden dat ondanks de mededeling van verweerder in het bestreden besluit hieromtrent, het instellen van beroep schorsende werking tot gevolg heeft gehad. Naast de in die bepaling uitputtend gegeven opsomming van gevallen heeft verweerder immers geen bevoegdheid om schorsende werking aan een beslissing te onthouden indien daartegen beroep bij de rechtbank is ingesteld. Aangezien verweerder niettemin kennelijk van mening was dat aan de beslissing schorsende werking kon worden onthouden en verweerder feitelijk ook de mogelijkheden ten dienste staan om de in artikel 45 Vw 2000 genoemde gevolgen te laten intreden, bestond er een noodzaak om een voorlopige voorziening aanhangig te maken. Afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- P.E.G. Heijdanus Meershoek
- Y. Tamer
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
