ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2790
Rechtbank 's-Gravenhage · 03-12-2002 · zaaknummer AWB 01/58366 ONGEWN H, e.v.
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring / artikel 8 EVRM. Eiseres is ongewenst verklaard en heeft een aanvraag ingediend om verlening van een vergunning tot verblijf wegens klemmende redenen van humanitaire aard en verblijf bij kinderen. Eiseres voldoet niet aan de voorwaarden voor opheffing van de ongewenstverklaring ex artikel 68, tweede lid, Vw 2000. Evenmin kan worden geoordeeld dat verweerder in redelijkheid gebruik had moeten maken van zijn bevoegdheid de ongewenstverklaring op te heffen op grond van de door eiseres aangevoerde omstandigheden die met name betrekking hebben op haar kinderen die hier in Nederland bij haar moeder verblijven. Uit artikel 68, tweede lid, Vw 2000 kan worden afgeleid dat verblijf buiten Nederland een belangrijke rol speelt in deze afweging. Daarvan is geen sprake. Gezien de ernst van het door eiseres gepleegde strafbare feit, waarbij het slachtoffer is overleden, en de daarbij opgelegde gevangenisstraf van acht jaar, kon verweerder in redelijkheid afzien van opheffing van de ongewenstverklaring. Handhaving van de ongewenst verklaring belemmert eiseres in haar mogelijkheden haar recht op familieleven met haar kinderen in Nederland uit te oefenen. Hoewel uit de over de kinderen beschikbare gegevens kan worden afgeleid dat zij belang hebben bij voortgezet verblijf van eiseres in Nederland, heeft verweerder in het kader van de belangenafweging doorslaggevend gewicht kunnen toekennen aan de ernst van het door eiseres gepleegde strafbare feit, de inbreuk die zij daarmee heeft gemaakt op de Nederlandse rechtsorde en de in dat verband ook aan haar opgelegde straf. Eiseres heeft nooit legaal verblijf gehad in Nederland. Er zijn geen objectieve belemmeringen om het familieleven buiten Nederland uit te oefenen. Het beroep van eiseres op de uitspraken van het EHRM inzake Salomon, Boultif en Sen leidt niet tot een ander oordeel, nu de aan deze beslissingen ten grondslag liggende relevante omstandigheden niet overeenstemmen met de omstandigheden van eiseres en haar kinderen. Ten aanzien van het verzoek om heroverweging van de ongewenstverklaring overweegt de rechtbank dat er slechts aanleiding is verweerder gehouden te achten die beslissing te heroverwegen, indien na de ongewenstverklaring feiten en omstandigheden bekend zijn geworden, die hebben plaatsgevonden vóór de beslissing tot ongewenstverklaring, welke feiten en omstandigheden tot een andere beslissing hadden kunnen leiden en bij eiseres niet bekend waren vóór die beslissing en redelijkerwijs ook niet bekend hadden kunnen zijn. Daarvan is geen sprake. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
Advocaten
- A.T. Idema
- R.J. Hamerslag
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
