ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2366
Rechtbank 's-Gravenhage · 13-11-2002 · zaaknummer AWB 00/73872, 00/75901
Inhoudsindicatie
Nagorno Karabach / belangenafweging. Eisers stellen afkomstig te zijn uit Nagorno Karabach. Eiser stelt etnisch Armeens te zijn, eiseres etnisch Azeri. Eerder heeft de ABRS geoordeeld dat de rechter de vaststelling door verweerder van de door de vreemdeling in zijn asielrelaas naar voren gebrachte feiten slechts terughoudend kan toetsen. Dat laat onverlet dat verweerder, gevolg gevend aan de ingevolge artikel 3:2 Awb op hem rustende verplichting ten aanzien van de wijze waarop hij de relevante feiten heeft vergaard en vastgesteld, de vereiste zorgvuldigheid dient te betrachten. Waar het de vraag betreft of verweerder bij zijn beoordeling van de door de vreemdeling afgelegde verklaringen al dan niet van die feiten heeft kunnen uitgaan ziet de rechtbank, mede in het licht van artikel 33, eerste lid, juncto artikel 1A Vluchtelingenverdrag en artikel 15 Vw, evenmin aanleiding om het zorgvuldigheidsvereiste niet in volle omvang toe te passen. Bij een (te) terughoudende toetsing van de wijze waarop verweerder de in aanmerking komende feiten heeft vergaard, vastgesteld en gewogen zou niet slechts de rechterlijke toets of aan artikel 3:2 Awb is voldaan, in het gedrang kunnen komen, maar ook de mede aan de rechtbank opgedragen taak om te beoordelen of het standpunt van verweerder dat geen sprake is van vluchtelingschap de toets van de zorgvuldigheid kan doorstaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het onderhavige geval de te betrachten zorgvuldigheid onvoldoende in acht heeft genomen en dat verweerder niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat het relaas van eisers ongeloofwaardig dan wel onaannemelijk is. De beoordeling van het asielrelaas leidt ertoe dat verweerders conclusie, dat niet aannemelijk is gemaakt dat eiseres van etnisch Azeri afkomst is, gebaseerd is op vaststellingen en redeneringen die deze conclusie niet in redelijkheid kunnen dragen. Zij vinden onvoldoende steun in hetgeen eisers hebben verklaard en in het ambtsbericht inzake Armenië van augustus 2001. Het had derhalve op de weg van verweerder gelegen eisers in bezwaar te horen. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.E. Broesterhuizen
- I. PROCESVERLOOP
- R.L. Braakman
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
