ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2277
Rechtbank 's-Gravenhage · 19-12-2002 · zaaknummer AWB 02/79372 BEPTDN H
Inhoudsindicatie
Afghanistan / categoriaal beschermingsbeleid. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie heeft zich op basis van het ambtsbericht van 19 augustus 2002 op het standpunt gesteld dat terugkeer van afgewezen asielzoekers naar Afghanistan niet van een bijzondere hardheid is. Hij heeft besloten tot beëindiging van het besluit- en vertrekmoratorium ten aanzien van Afghaanse asielzoekers. In de beleidswijziging zijn de in artikel 3.106 Vb 2000 genoemde indicatoren betrokken. Ten aanzien van de in artikel 3.106, onder a, Vb 2000 genoemde indicator concludeert de rechtbank dat uit het ambtsbericht blijkt dat de nieuwe centrale regering slechts gezag heeft in Kaboel en directe omgeving. Buiten Kaboel is sprake van een niet door de centrale regering gecontroleerde situatie waarin diverse lokale krijgsheren, rivaliserende commandanten, Taliban- en Al Qaida-eenheden en andere groeperingen zich schuldig maken aan vele geweldplegingen en mensenrechtenschendingen waarvan burgers slachtoffer worden en waartegen de centrale regering geen bescherming kan bieden. De situatie in en rond Kaboel is naar het oordeel van de minister voldoende veilig voor afschaffing van het categoriale beschermingsbeleid en is bij de beslissing daartoe een zwaarwegende factor geweest. De rechtbank stelt vast dat de situatie in Kaboel als gevolg van de aanwezigheid van ISAF als relatief veilig, maar tevens als gespannen wordt omschreven. In dat verband is aangegeven, onder verwijzing naar een reeks van incidenten, dat bepaalde groeperingen het staatsvormingsproces in Afghanistan willen ondermijnen. De situatie is temeer gespannen, omdat zich nog steeds Taliban- en Al Qaida-eenheden rond de hoofdstad bevinden en er sprake is van diverse incidenten waarbij ook de burgerbevolking slachtoffer is aldus het ambtsbericht. Dit beeld wordt bevestigd in de brief van Amnesty International van 16 oktober 2002. Wat betreft de activiteiten van internationale organisaties betreft stelt de rechtbank vast dat, gezien de feitelijke terugkeer van grote aantallen Afghanen uit buurlanden, asielzoekers volgens UNHCR actief kunnen worden voorgelicht over de mogelijkheden van vrijwillige terugkeer. Uit onder meer het ambtsbericht komt echter een ander beeld van de stabiliteit in het land naar voren. Human Rights Watch en Amnesty International achten de situatie in Afghanistan niet voldoende stabiel en hebben UNHCR opgeroepen nog niet te beginnen met terugkeer van vluchtelingen naar Afghanistan. Ten aanzien van de in artikel 3.106, onder c, Vb 2000 genoemde indicator concludeert de rechtbank dat het beleid van de ons omringende EU-landen geen eenduidig beeld te zien geeft. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van het ambtsbericht in redelijkheid niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat de situatie in Afghanistan thans zodanig is dat de terugkeer van afgewezen asielzoekers uit dat land niet van bijzondere hardheid wordt geacht en dat verweerder derhalve in redelijkheid niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat het categoriale beschermingsbeleid kan worden beëindigd. Voorts heeft verweerder evenmin in redelijkheid tot zijn beleidswijziging kunnen komen zonder acht te slaan op de algemene humanitaire situatie in Kaboel. Beroep gegrond.
Advocaten
- E. Brakke
- L. Catakli
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
