Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1624

Rechtbank 's-Gravenhage · 08-08-2002 · zaaknummer AWB 01/283 OVERIO

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Witte-illegalenbeleid / valse documenten / verdeling bewijslast. In de administratie van de werkgever van een illegale Marokkaanse werknemer is een verklaring ingevolge artikel 3 Wet arbeid buitenlandse werknemers en een vergunning tot verblijf aangetroffen waarvan is vastgesteld dat die vals zijn. Eiser ontkent. Verweerder verwijst naar zijn brief aan de rechtbank Dordrecht van 12 februari 2002 waarin verweerder zich op het standpunt heeft gesteld dat de vaststelling van eisers bezit en/of gebruik van valse documenten kan blijken uit het proces-verbaal, een eerdere procedure of bij rechterlijke uitspraak. Verder kan uit het verslag van het Algemeen Overleg van 12 december 2000 de conclusie worden getrokken dat de enkele constatering dat er sprake is van (ver)vals(t)e documenten voldoende is voor het tegenwerpen van de zesde voorwaarde van TBV 1999/23. De rechtbank overweegt dat verweerders conclusie in tegenspraak is met het antwoord van verweerder op vragen van deze rechtbank, zittingplaats Alkmaar, gedateerd 21 maart 2002. Daaruit is gebleken dat wanneer (ver)vals(t)e documenten worden aangetroffen bij de werkgever en de vreemdeling de wetenschap daarvan gemotiveerd ontkent, verweerder aannemelijk moet maken dat deze bezit had of gebruik maakte van bedoelde documenten. Uit processen-verbaal van 30 maart 1991 en 28 februari 1996 is slechts gebleken dat eiser illegaal werkend bij zijn werkgever is aangetroffen en dat in de administratie van zijn werkgever valse documenten zijn aangetroffen. Van een confrontatie van eiser met de documenten of van een verklaring van zijn werkgever is niets gebleken in de processen-verbaal. Evenmin blijkt in de door verweerder aangehaalde uitspraak van de rechtbank van 23 april 1998 (ter afsluiting van een eerdere procedure van eiser), van overwegingen met betrekking tot voornoemde documenten, waardoor aan die uitspraak geen betekenis kan worden gehecht. Derhalve is het besluit in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en ontbeert het een draagkrachtige motivering. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

  • I. PROCESVERLOOP
  • J. Jager
  • W.B. Klaus

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.