Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1539

Rechtbank 's-Gravenhage · 28-11-2002 · zaaknummer AWB 01/4360

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Intrekking A-status / onjuiste gegevens / artikel 1F VSV. Een Afghaanse hoge regeringsfunctionaris onder het communistisch regime heeft in 1995 een A-status gekregen. Deze status wordt in 2000 ingetrokken, omdat eiser bij zijn aanvraag om toelating als vluchteling informatie heeft verzwegen. Deze informatie zou destijds tot de conclusie hebben geleid dat eiser onder artikel 1F Vluchtelingenverdrag zou vallen, waardoor aan hem geen toelating als vluchteling zou zijn verleend. De intrekking van de A-status is gebaseerd onder meer op een individueel ambtsbericht uit 2000. Eiser stelt dat de informatie op grond waarvan zijn status is ingetrokken in 1995 ook al bij verweerder bekend was en dat hij geen onjuiste gegevens heeft verstrekt. Eiser stelt geen kennis te hebben gehad van mensenrechtenschendingen. Bovendien zou het individuele ambtsbericht feitelijke onjuistheden bevatten. Na het volgen van een procedure ex artikel 8:29 is de rechtbank van oordeel dat de functie van eiser op een zodanig niveau lag, dat medeverantwoordelijkheid voor en medewetenschap van de bedoelde mensenrechtenschendingen mag worden verondersteld. Het bepaalde in artikel 1F, aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag is op eiser van toepassing. Ten aanzien van het gestelde omtrent het verstrekken van onjuiste gegevens overweegt de rechtbank dat eiser ter gelegenheid van de aanvraag van 14 september 1994 slechts een summier beeld heeft geschetst van zijn betrokkenheid bij het Afghaanse regime. Weliswaar heeft eiser diverse door hem beklede betrekkingen genoemd, maar hij is niet expliciet ingegaan op de wijze waarop hij aan deze functies inhoud heeft gegeven en op de reikwijdte van zijn verantwoordelijkheden, hetgeen van hem had mogen worden verwacht gelet op de aard van de door hem beklede functies. Bij de voorbereiding van het thans bestreden besluit is verweerder uit een daartoe ingesteld nader onderzoek van feiten en omstandigheden gebleken die in hun onderlinge samenhang nog niet bekend waren ten tijde van de aanvraag en, waren zij bekend geweest, hadden dienen te leiden tot afwijzing van deze aanvraag op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft op goede gronden kunnen besluiten om de toelating als vluchteling van eiser in te trekken op grond van artikel 15, derde lid, juncto artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Beroep ongegrond.

Advocaten

  • A.W. Van Leeuwen

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.