Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1346

Rechtbank 's-Gravenhage · 06-08-2002 · zaaknummer AWB 02/58043

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / voortvarendheid. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat ook bij een marginale toetsing van de voortvarendheid die verweerder dient te betrachten bij de voorbereiding van de uitzetting van eiser, de handelwijze van verweerder niet aan de te stellen eisen voldoet. Niet valt in te zien waarom verweerder zes dagen geen actie heeft ondernomen teneinde eiser uit te zetten. Eiser is hierdoor langer van zijn vrijheid beroofd dan het geval zou zijn geweest indien verweerder voortvarend had gehandeld. De rechtbank overweegt daarbij dat bij de strafrechtelijke staandehouding van eiser op 26 juli 2002 is gebleken dat eiser in het bezit was een geldig nationaal paspoort. Op 27 juli 2002 is eiser overgedragen aan de Vreemdelingendienst en is het paspoort eveneens in handen van de Vreemdelingendienst gekomen. Verweerder heeft eerst op 2 augustus 2002 een vlucht ten behoeve van eiser aangevraagd. Ook ter zitting heeft verweerder geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit het tijdsverloop tussen de inbewaringstelling en de aanvraag van de vlucht kunnen worden verklaard. De omstandigheid dat eiser op 31 juli 2002 is gehoord, leidt de rechtbank niet tot het oordeel dat voortvarend is gehandeld, aangezien identiteit en nationaliteit van eiser reeds op basis van het paspoort waren vastgesteld en verweerder niet kenbaar getwijfeld heeft aan de authenticiteit van het paspoort. Niet valt derhalve in te zien dat dit gehoor informatie zou hebben kunnen opleveren die tot nieuwe inzichten over de identiteit en nationaliteit van eiser zouden hebben kunnen leiden. Nu de rechtbank aannemelijk acht dat door het niet voortvarend handelen van verweerder de uitzetting van eiser is vertraagd maar het ervoor moet worden gehouden dat eiser, indien eerder een aanvraag voor een vlucht zou zijn ingediend, niet eerder dan heden zou zijn uitgezet, is de rechtbank van oordeel dat de bewaring met ingang van heden onrechtmatig is geworden. Er bestaat derhalve geen aanleiding de door eiser gevraagde schadevergoeding toe te kennen.

Rechters

Advocaten

  • D. Gahar

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.