Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1315

Rechtbank 's-Gravenhage · 01-10-2002 · zaaknummer AWB 01/35649 VISUM

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Mvv / verruimde gezinshereniging / terugkeeroptie. Eiseres is meerderjarig en afkomstig uit Turkije. Haar aanvraag voor verlening van een mvv wegens verblijf bij ouders is niet ingewilligd. Eiseres heeft verzocht om toelating in het kader van het beleid terugkeeroptie. De rechtbank is van oordeel dat achterlating van eiseres in Turkije geen onevenredige hardheid betekent. Op grond van het verblijf van eiseres in Nederland vanaf haar geboorte tot haar zevende jaar en vanaf haar negende tot haar veertiende jaar kan nog niet worden gezegd dat de banden met de Nederlandse samenleving sterker zijn dan die met de Turkse samenleving. Immers eiseres heeft een groot deel van haar opvoeding en opleiding in Turkije genoten. De ouders van eiseres hebben een appartement in een dorp in Turkije alwaar zij gedurende zes tot negen maanden per jaar verblijven. Bovendien wonen in dat dorp meer familieleden van eiseres, zodat eiseres bij een bestendig verblijf in Turkije niet verstoken zal zijn van sociaal maatschappelijke contacten. De rechtbank acht het niet redelijk dat eiseres ter zake haar aanspraken op verblijf in het kader van het beleid terugkeeroptie, gelet op het onmiddellijkheidsbeginsel van wetgeving, een nieuwe aanvraag moet indienen. Eiseres heeft voldaan aan haar verplichting zoals neergelegd in artikel 4:2, tweede lid Awb. Bij verweerder zijn voorts de perioden dat eiseres in Nederland verbleef bekend. Van het ontbreken van een toetsingskader voor verweerder is geen sprake. Als beperking kan aan een eventueel door verweerder te verlenen verblijfsvergunning op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder v, Vb 2000 wedertoelating worden aangegeven. De rechtbank overweegt dat de afwijzing van de aanvraag in het primaire besluit van 24 november 1999 is geschied met toepassing van het bepaalde in artikel 4:6, tweede lid Awb en onder verwijzing naar verweerders beschikking van 28 januari 1999, waarin expliciet is beslist in het kader van het beleid terugkeeroptie. Nu die verwijzing achteraf onjuist was en verweerder alsnog is overgegaan tot een volledige heroverweging van het primaire besluit op grondslag van het bezwaar, had verweerder tevens inhoudelijk moeten beslissen op de aanspraken van eiseres in het kader van het beleid inzake de terugkeeroptie. Ten slotte acht de rechtbank nog van belang dat de aanvraag van eiseres dateert van vóór de invoering van de Vw per 1 april 2001 en eiseres, vanwege de op dat moment nog openstaande bezwaarfase, niet in de gelegenheid is gesteld haar aanvraag aan te vullen met de door haar gewenste beperking. Beroep in zoverre gegrond.

Advocaten

  • E.J.M. Habets

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.