ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1226
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-06-2002 · zaaknummer AWB 01/18881
Inhoudsindicatie
Sudan / traumatabeleid / getuige gebeurtenis. Verzoeker is afkomstig uit Sudan. Ten aanzien van het door verzoeker gedane beroep op het traumatabeleid overweegt de rechter dat vooralsnog niet is gebleken van een trauma, maar dat er in redelijkheid wel twijfel over kan bestaan dat verzoeker aan een trauma lijdt als gevolg van de confrontatie met de verbrande lichamen van zijn vader en zijn broer. De rechter is, in tegenstelling tot verweerder, van oordeel dat het beleid zoals dat staat beschreven in Vc 2000 C1/4.4 niet met zich brengt dat verzoeker getuige moet zijn geweest van de gewelddadige dood van zijn familieleden. In Vc 2000 C1/4.2.3 staat een nadere uitwerking van de opsomming in Vc 2000 C1/4.4.2.2, maar dat „betrokkene aannemelijk moet maken dat hij of zij getuige is geweest van de gestelde gebeurtenis“ ziet niet op de situatie in kwestie, maar lijkt betrekking te hebben op die onderdelen waarbij getuige-zijn deel uitmaakt van de gebeurtenis. Voorts staat verzoeker onder behandeling van de RIAGG. Aangezien verzoeker voor verdere behandeling moet wachten totdat er een nieuwe arts beschikbaar is, was hij naar het oordeel van de rechter buiten zijn schuld niet in staat een medische verklaring te overleggen. Voorlopige voorziening toegewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
