Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1221

Rechtbank 's-Gravenhage · 20-09-2002 · zaaknummer AWB 00/6112 OVERIO H, 99/6038 OVERIO H

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / intrekken vvtv / vestigingsalteratief. Verweerder heeft op 20 november 1998 het vvtv-beleid voor Iraakse asielzoekers beëindigd. Zulks is blijkens de REK-uitspraken gesanctioneerd, met dien verstande dat blijkens verweerders uitlatingen bij de vraag of een vtv zonder beperkingen moet worden verleend, aan de orde moet komen of individuele feiten en omstandigheden er aan in de weg staan dat de vreemdeling zich in Noord-Irak vestigt. In de gevallen - als de onderhavige - waarin omtrent de aanvraag om toelating als vluchteling reeds voor de intrekking of niet verlenging van de vvtv onherroepelijk was beslist zonder dat de mogelijkheid van een verblijfsalternatief in Noord-Irak was beoordeeld, diende verweerder bij het besluit tot intrekking of niet verlenging van de vvtv ambtshalve te onderzoeken of de individuele feiten en omstandigheden eraan in de weg staan dat de betrokken vreemdeling in Noord-Irak zal gaan verblijven. De rechtbank verwijst daarvoor naar haar uitspraak van 17 november 2000 (AWB 00/492). Het verweer van verweerder dat die individuele aspecten niet in dit geding aan de orde kunnen worden gesteld, moet daarom worden verworpen. Bij de vraag of in een individueel geval sprake is van feiten en omstandigheden op grond waarvan in redelijkheid niet van een afgewezen asielzoeker gevergd kan worden dat hij zich vestigt in Noord-Irak, is - uitsluitend - van belang of betrokkene bij vestiging aldaar in een, naar lokale maatstaven gemeten, humanitaire noodsituatie zal geraken. Het ligt op de weg van de betrokken vreemdeling om zulks aannemelijk te maken. Voor deze maatstaf zij verwezen naar uitspraak AWB 99/9079 van 12 maart 2002 van de rechtbank Haarlem. Eiser heeft in dit kader uitsluitend aangevoerd dat hij Chaldeeuws christen is. Anders dan eiser acht de rechtbank die omstandigheid niet van dien aard dat alleen op grond daarvan aannemelijk is te achten dat eiser bij vestiging in een individuele humanitaire noodsituatie zou geraken. Geoordeeld wordt dan ook dat in onderhavig geval geen aanleiding bestond voor verweerder om ambtshalve een vergunning tot verblijf op grond van klemmende redenen van humanitaire aard te verlenen. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

  • B.J.P. Ficq
  • F. Heus

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.