ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1220
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-07-2002 · zaaknummer AWB 01/10146
Inhoudsindicatie
Afghanistan / Khad / artikel 1F VSV. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat eiser bij zijn taakuitoefening in Kandahar de schending van mensenrechten heeft gefaciliteerd. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat in ieder geval met betrekking tot de door eiser verrichte bewakingstaken niet is gebleken dat hij daadwerkelijk betrokken is geweest bij de schending van mensenrechten. Voor zover verweerder eiser tegenwerpt dat gevangengenomen tegenstanders zijn overdragen aan de Khad, merkt de rechtbank op dat eiser weliswaar betrokken is geweest bij gevechtshandelingen waarbij krijgsgevangenen zijn gemaakt, maar dat onvoldoende blijkt in hoeverre eiser gezien zijn betrekkelijk lage rang en het grotere verband waarin werd opgetreden op voorhand verantwoordelijk kan worden gehouden voor de overdracht van de krijgsgevangenen. Naar het oordeel van de rechtbank is ook niet gebleken dat eiser bij zijn taakuitoefening in Kabul daadwerkelijk opposanten van het regime aan de Khad heeft uitgeleverd en aldus betrokken is geweest bij mensenrechtenschendingen. Evenmin is gebleken dat eiser mensenrechtenschendingen door de Khad heeft gefaciliteerd. Hiertoe acht de rechtbank redengevend dat er onvoldoende duidelijkheid bestaat over de inhoud van de door eiser vervulde functie. In dit verband acht de rechtbank van belang dat eiser weliswaar heeft verklaard dat hij als politieke functionaris in aanraking kwam met de Khad, maar dat daarbij onvoldoende is gebleken dat eiser zijn medewerking aan de Khad heeft verleend door het (laten) arresteren, (laten) verhoren, (laten) overbrengen dan wel het verschaffen van informatie die tot mensenrechtenschending kon leiden. Ook de omstandigheid dat eiser werkzaam was als kapitein bij de Afghaanse politie acht de rechtbank ontoereikend om reeds uit dien hoofde aannemelijk te achten dat eiser werkzaamheden van de Khad heeft gefaciliteerd. Nu verweerder eiser niet nadrukkelijker heeft ondervraagd omtrent zijn werkzaamheden als politiek functionaris volgt daaruit dat het besluit - in strijd met artikel 3:2 Awb - onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en dat het besluit - in strijd met artikel 7:12 Awb - onvoldoende draagkrachtig is gemotiveerd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- J.P. Heinrich
- R. Vat
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
