ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0988
Rechtbank 's-Gravenhage · 10-10-2002 · zaaknummer AWB 02/8779
Inhoudsindicatie
Artikel 8 EVRM / positieve verplichting / belangenafweging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat in casu geen sprake is van een positieve verplichting om eiseres hier te lande verblijf toe te staat teneinde gezinsleven met haar moeder uit te kunnen oefenen. Daartoe is het volgende redengevend. Het EHRM heeft in de uitspraak van 21 december 2001 (JV 2002/30) overwogen dat het kind (in die zaak) gezien haar leeftijd een bijzonder belang had te worden opgenomen in het gezin van haar ouders, nu deze in staat en bereid waren voor haar te zorgen. Dat de ouders van het kind er ooit voor hadden gekozen haar in het land van herkomst achter te laten doet hier niet aan af omdat een dergelijke keuze niet kan worden opgevat als een besluit om nooit meer in gezinsverband te gaan leven. Dat de ouders van het kind niet hebben kunnen aantonen dat zij financieel in het onderhoud van het kind hebben voorzien is niet van betekenis. Gelet op de lange duur van het legale verblijf van de ouders in Nederland bestaan er ernstige bezwaren tegen hereniging in het land van herkomst. Derhalve is toelating van het kind tot Nederland de meest aangewezen weg om gezinsleven tussen haar en haar ouders te effectueren, ook al is het kind ingeburgerd in Turkije. De rechtbank is van oordeel dat niet op voorhand kan worden gesteld dat de zaak van eiseres dusdanig verschilt van de zaak die aan het EHRM ter beoordeling is voorgelegd dat het door het EHRM ten aanzien van de gezinsband overwogene niet van toepassing zou zijn op de situatie van eiseres. Immers, ook referente heeft haar kind achtergelaten bij (één van de) grootouders van eiseres en ook deze keuze kan niet worden opgevat als een besluit om nooit meer in gezinsverband te gaan leven. De omstandigheid dat referente ten behoeve van eiseres een aanvraag heeft ingediend en sinds haar vertrek uit Colombia contact heeft onderhouden met haar dochter, geeft daar reeds blijk van. Bovendien heeft referente inmiddels de Nederlandse nationaliteit verkregen en is zij gehuwd met een Nederlandse man, uit welk huwelijk een (Nederlandse) zoon is geboren. Dat er onder deze omstandigheden ernstige bezwaren bestaan tegen hereniging in Colombia acht de rechtbank niet ondenkbaar, temeer daar van de Nederlandse partner van referente niet verlangd kan worden haar naar Colombia te volgen aangezien hij daar enkel op vakantie is geweest en nooit heeft gewoond. De (Nederlandse) zoon van referente en haar partner is overigens nimmer in Colombia geweest. Bovendien hebben referente en haar partner in Nederland een baan. Of toelating van eiseres tot Nederland in die context de meest aangewezen weg is om het gezinsleven tussen haar en haar moeder te effectueren is een vraag die, tegen de achtergrond van de vraag of referente in redelijkheid voor de keuze kan worden geplaatst om of afstand te nemen van hetgeen zij in Nederland heeft opgebouwd of af te zien van het gezelschap van haar dochter, door verweerder niet is beantwoord. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- H. Tadema
- H.J.S.M. Langbroek
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
