ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9657
Rechtbank 's-Gravenhage · 10-09-2002 · zaaknummer AWB 02/66472
Inhoudsindicatie
Bewaring / strafrechtelijk voortraject. Eiseres heeft aangevoerd dat de bewaring onrechtmatig is, omdat gedurende de strafrechtelijke detentie voorafgaande aan de inbewaringstelling niets is ondernomen in het kader van (de voorbereiding van) de uitzetting van eiseres. Verweerder heeft gewezen op twee uitspraken van de ABRS d.d. 12 september 2001 en 5 oktober 2001. Daarin is geoordeeld dat indien een vreemdeling nog niet onherroepelijk is veroordeeld, de datum van het ontslag uit detentie ongewis is. In casu is dit het geval. Van verweerder kon niet gevergd worden dat de voorbereiding van de uitzetting zo werd ingericht, dat de vreemdelingenbewaring dientengevolge achterwege kon blijven. Voorts maakt de enkele omstandigheid dat verweerder niet heeft voorkomen dat eiseres na haar strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring is gesteld, de bewaring niet onrechtmatig. Blijkens hoofdstuk A5/5.3.7.1 Vc 2000 wordt in verweerders beleid vooropgesteld dat het uitgangspunt is dat zo veel als mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden. De rechtbank leest in de Afdelingsuitspraak van 11 februari 2002 dat op verweerder de inspanningsverplichting rust zo veel mogelijk te voorkomen dat vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring worden gesteld. Als aan die inspanningsverplichting is voldaan, leidt de enkele omstandigheid dat de vreemdeling desalniettemin toch aansluitend in vreemdelingenbewaring moet worden gesteld niet tot onregelmatigheid van die bewaring, tenzij de daarmee gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Nu verweerder in dit geval gedurende de strafrechtelijke detentie van eiseres geen enkele actie heeft ondernomen ter voor bereiding van uitzetting van eiseres, is de rechtbank van oordeel dat verweerder die inspanningsverplichting niet heeft nageleefd, zonder dat daarvoor een valide reden is opgegeven. Aan een belangenafweging komt de rechtbank dan ook niet toe. Het beroep van verweerder op de uitspraak van de ABRS van 11 februari 2002 faalt. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- M.K. Rack
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
