Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9574

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-09-2002 · zaaknummer AWB 02/65300

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

AC-procedure / Iran / overspel. De rechtbank stelt vast dat verweerder het asielrelaas van eiseres, afkomstig uit Iran, geloofwaardig acht, behoudens de overweging dat reis- en identeitsdocumenten ontbreken. Inmiddels heeft eiseres diverse documenten overgelegd die naar het oordeel van de rechtbank zijn te beschouwen als nadere onderbouwing van eiseres identiteit en asielaanvraag. De stelling van verweerder dat het thans overgelegde identiteitsdocument niet is te beschouwen als een feit of omstandigheid in de zin van artikel 83 Vw 2000, treft geen doel. Eiseres heeft al bij het eerste gehoor aangegeven dat zij bereid was haar identiteitsboekje naar Nederland te laten sturen. Dat eiseres tengevolge van de korte procedure in AC-zaken nog niet de beschikking heeft over het origineel maar slechts over een kopie, is in redelijkheid niet tegen te werpen. De rechtbank gaat er vanuit dat eiseres tracht nazending van het originele document te bewerkstelligen. Eiseres heeft thans documenten overgelegd die zijn aan te merken als relevante onderbouwing van haar asielrelaas. Ook al dateren de verklaring van de buren en het arrestatiebevel van een datum gelegen voor eiseres vertrek uit Iran, is sprake van feiten en omstandigheden in de zin van artikel 83 Vw 2000 nu eiseres niet eerder de beschikking had of kon hebben voor haar vertrek uit Iran. Gelet op de tekst van het arrestatiebevel, met betrekking tot kopieverlening daarvan aan de schoonvader van eiseres, is niet uit te sluiten dat haar schoonvader de aanklacht tegen haar heeft ingediend en daarom een kopie van de stukken heeft ontvangen. De stelling van verweerder dat eiseres aangifte had kunnen doen van een valse aanklacht om op die wijze de bescherming in te roepen van de autoriteiten, kan niet worden gevolgd. Gebleken is dat een groot aantal getuigen een verklaring hebben ondertekend waarin eiseres wordt beschuldigd vanwege het vermeende overspel. Gelet op deze situatie kan van eiseres niet worden gevergd dat zij op die wijze tracht bescherming te krijgen bij autoriteiten van wie zij juist vervolging vreest. Voor wat betreft de datering van de gebeurtenis gaat de hier bestreden beschikking uit van een moment gelegen ongeveer twee maanden voor het vertrek van eiseres uit Iran, waarmee de datering van de documenten plausibel is. De periode tussen de gebeurtenis en de datum van vertrek uit Iran, zeker gelet op de omstandigheid dat eisers is ondergedoken, is niet zodanig lang dat geen sprake meer is van een acute vluchtsituatie. Desgevraagd heeft verweerder aangegeven dat niet aangegeven kan worden welk beleid wordt gevoerd als duidelijk is dat sprake is van een beschuldiging van overspel. Anders dan in de werkinstructies 203 en 208 is in TBV 2001/1 daarover niets meer opgenomen. De rechtbank is van oordeel dat niet is uit te sluiten dat sprake is van een bestraffing in strijd met artikel 3 EVRM. De rechtbank verwijst naar de EHRM-uitspraak van 11 juli 2000. Beroep gegrond.

Advocaten

  • I. Egmond-van Ladesteyn

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.