ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9500
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-10-2002 · zaaknummer AWB 01/2623 MAWKMA
Inhoudsindicatie
Schadevergoeding; kosten van inschakeling expertisebureau en limitering van kosten van rechtsbijstand bij letselschade ambtenaar. Verzoek om schadevergoeding in verband met letselschade als gevolg van blootstelling aan asbest. Ten aanzien van de kosten van inschakeling van een expertisebureau stelt de rechtbank vast dat verweerder bij de beoordeling van dit aspect de dubbele redelijkheidstoets heeft toegepast. Verweerder wenst de kosten van een expertisebureau echter slechts te vergoeden in zaken waarin de schade niet zonder ingewikkelde berekeningen kan worden vastgesteld (rechtbank Rotterdam, 25 september 1987, VR 1989, 118). De rechtbank is van oordeel dat in letselschadezaken niet snel tot het oordeel kan worden gekomen dat de inschakeling van een expertisebureau niet redelijk is. De inschakeling van een expertisebureau is niet afhankelijk van de voorafgaande toestemming van verweerder, wil van een vergoeding van de kosten daarvan sprake kunnen zijn. De gelaedeerde zal over de inschakeling van een expertisebureau zelf moeten beslissen en de kosten daarvan komen voor zijn risico. Het is aan verweerder om te beoordelen of de kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Bij deze beoordeling komt aan verweerder een zekere beleidsvrijheid toe, zodat het resultaat van deze beoordeling door de rechtbank slechts terughoudend kan worden getoetst. De rechtbank acht het juist dat verweerder bij deze beoordeling is uitgegaan van de dubbele redelijkheidstoets. Bij de beoordeling van de redelijkheid van de inschakeling van een expertisebureau staat centraal de rapportage van het bureau over de in beschouwing te nemen schade-elementen. Gelet op het rapport kon naar het oordeel van de rechtbank door verweerder in redelijkheid het standpunt worden ingenomen dat de inschakeling van een expertisebureau niet noodzakelijk was. Ten aanzien van de kosten van rechtsbijstand worden partijen verdeeld gehouden over de vraag of verweerder op goede gronden een limitering tot 15% van de eerder aan eiser toegekende schadevergoeding heeft toegepast. Bij de dubbele redelijkheidstoets heeft verweerder geoordeeld dat het belang van de zaak, uitgedrukt in de aan eiser uitgekeerde vergoeding wegens immateriële schade, niet in verhouding stond tot de daaraan bestede kosten rechtsbijstand. Eiser voert in dit opzicht een vaste beleidslijn, die evenwel niet in een beleidsregel in vastgelegd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de geschetste benadering een beleid voert dat niet op voorhand onredelijk kan worden genoemd en zich beweegt binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling. De door verweerder toegepaste maximering van de kosten rechtsbijstand tot 15% van de aan schadevergoeding uitgekeerde som acht de rechtbank evenmin onredelijk. De Staatssecretaris van Defensie, verweerder. mr. J.W. Sentrop
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- B.V. Verweerder
- M. Heijst
- M. van Reigersberg Versluys
- R.F. Ruers
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Defensie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Defensie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
