Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9383

Rechtbank 's-Gravenhage · 17-06-2002 · zaaknummer AWB 02/41072 , 02/42531

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / uit macht van verweerder. Op 12 maart 2002 is ten aanzien van de vreemdeling de vrijheidsontnemende maatregel ex artikel 6, eerste en tweede lid, Vw 2000 toegepast. De vreemdeling is in het AC Schiphol geplaatst. Op 19 maart 2002 is de vreemdeling naar het Grenshospitium overgeplaatst. Op 16 mei 2002 is de vreemdeling middels een claim op de aanvoerende luchtvaartmaatschappij KLM onder escorte uitgezet naar Ivoorkust. Op 22 mei 2002 heeft de Koninklijke marechaussee gemeld dat de vreemdeling in Ivoorkust niet is geaccepteerd. Op 24 mei 2002 is de vreemdeling onder escorte teruggevlogen naar Nederland. De vreemdeling is in het Grenshospitium geplaatst. Verweerder heeft ten behoeve van de vreemdeling een aanvraag voor een laissez-passer bij de Libanese autoriteiten ingediend. Op 31 mei 2002 heeft verweerder de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven. Op diezelfde datum is ten aanzien van de vreemdeling de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 6, eerste lid, Vw 2000 toegepast. De vreemdeling is in de Lounge geplaatst. Het beroep is gericht tegen de vrijheidsontnemende maatregel van 12 maart 2002. De rechtbank is van oordeel dat de vreemdeling die, naar onbetwist is gebleven, de periode van 16 tot en met 23 mei 2002 in Ivoorkust in detentie heeft doorgebracht, gedurende die periode buiten de macht van verweerder is geweest. Verweerder had dientengevolge een nieuwe beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste of tweede lid, Vw 2000, een zogenaamde plaatsingsbeschikking moeten slaan. Nu verweerder ten onrechte het slaan van een plaatsingsbeschikking achterwege heeft gelaten is de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 24 mei 2002 onrechtmatig geweest. Het beroep van 3 juni 2002 is gericht tegen de vrijheidsbeperkende maatregel van 31 mei 2002. Zoals hiervoor reeds is overwogen is de vreemdeling gedurende de periode van 16 mei tot en met 23 mei 2002 buiten de macht van verweerder geweest. Uit die constatering vloeit voort dat verweerder de vreemdeling bij terugkeer opnieuw de toegang tot Nederland had moeten weigeren. Zulks is evenwel niet geschied. Hieruit vloeit tevens voort dat verweerder op 31 mei 2002 de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 6, eerste lid, Vw 2000 onbevoegdelijk heeft opgelegd. Deze maatregel is derhalve van aanvang af onrechtmatig geweest. Beroep gegrond, toekenning schadevergoeding.

Advocaten

  • B.J.M.P. Ficq
  • G.G.J.A. Adang

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.