ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9128
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-06-2002 · zaaknummer AWB 01/54217
Inhoudsindicatie
Vtv medische behandeling / scheiding toelating en uitzetting. Eisers, van Russische afkomst, hebben op 6 december 1999 een aanvraag ingediend om een vtv klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder heeft deze verblijfsaanvragen opgevat als aanvragen om een vtv onder de beperking ‘het ondergaan van medische behandeling’, zoals neergelegd in artikel 3.46, eerste lid, Vb 2000. Niet is duidelijk geworden waarom de verblijfsaanvragen van eisers niet gekwalificeerd hadden kunnen worden als verzoeken om verlening van een vtv als bedoeld in artikel 3.6 onder a Vb 2000. Het is aan verweerder om de onder de Vw geldende maatstaven op gepaste wijze te vertalen naar die onder de Vw 2000. Met name waar het gaat om aanvragen die zijn gedaan onder de beperking overige klemmende redenen van humanitaire aard kan die vertaling moeilijk zijn. In dit verband is van belang het advies van het BMA. Verweerder heeft in afwijking van het advies nagelaten contact op te nemen met zorginstellingen in het land van herkomst ten behoeve van de overname van de behandelingen van eiser en zich eerst ter zitting op het standpunt gesteld dat dit pas bij de uitzetting deze vraag aan de orde behoeft te komen. De rechtbank is van oordeel dat, voorzover het onderscheid tussen niet-toelating en de uitzetting al gemaakt kan worden, deze scheiding niet zonder meer doorslaggevend is te achten, gelet op de zeer substantiële medische problematiek van eiser, gevoegd bij het feit dat in het besluit in eerste aanleg is aangegeven dat sprake is van technische onverwijderbaarheid van eisers. Het bepaalde in artikel 13, aanhef en sub c Vw 2000 mag door die scheiding niet uit beeld verdwijnen. Het enkele feit dat de Vw 2000 voor de totstandkoming van de bob in werking is getreden en voor wat het materiële recht betreft een ex-nunctoets met zich brengt, maakt niet dat niet ex tunc bekeken had moeten worden of eisers op het moment van vollopen van de drie jaren sedert de aanvraag, in aanmerking waren gekomen voor een vtv op grond van het oude driejarenbeleid. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- B.J. van Benschop
- I. PROCESVERLOOP
- N.J.A. Hennipman Karelse
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
