ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8453
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-08-2002 · zaaknummer AWB 02/59328
Inhoudsindicatie
Bewaring / voortvarendheid / onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat met het onderzoek inzake de identiteit en de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon, onmiddellijk na de ophouding een aanvang dient te worden gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek na de ophouding van eiser niet met voldoende voortvarendheid ter hand is genomen. De omstandigheid dat ten tijde van de verlenging van de ophouding nog onzekerheid bestond over de vraag of eiser rechtmatig verblijf in Nederland had, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook in overwegende mate hieraan te wijten. Van verweerder had mogen worden verwacht dat in de periode van zes uren die voor de ophouding staat, meer onderzoek was verricht -zoals bijvoorbeeld het horen van eiser- teneinde duidelijkheid te verkrijgen over zijn verblijfsrechtelijke positie. Nu een voortvarend onderzoek achterwege is gebleven, is de rechtbank van oordeel dat de verlenging van de ophouding ongerechtvaardigd en derhalve onrechtmatig was. Gelet hierop is ook de daaropvolgende bewaring onrechtmatig. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- I. Ontstaan
- J.C.M. Weber
- O.O. van der Lee
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
