Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7947

Rechtbank 's-Gravenhage · 16-08-2002 · zaaknummer AWB 02/52596, 02/52593

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vertrekmoratorium / Irak / opvang. Verzoekers zijn uitgeprocedeerd terzake van hun twee asielverzoeken. In de asielprocedures werden de verklaringen van verzoekers met betrekking tot hun identiteit en (Iraakse) nationaliteit ongeloofwaardig geacht. In geschil is of verzoekers aanspraak kunnen maken op continuering van de opvang op grond van het vertrekmoratorium. De aanvraag van verzoekers komt impliciet neer op een verzoek aan verweerder om terug te komen op de in rechte onaantastbaar geworden besluiten met betrekking tot hun asielverzoeken. De vaste jurisprudentie van de ABRS met betrekking tot herhaalde aanvragen moet naar analogie worden toegepast. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de uitkomst van de asielprocedures als uitgangspunt dient te gelden voor de beoordeling van de vraag of verzoekers vallen onder het vertrekmoratorium. Immers, met de uitspraken van 19 maart 2001 van de rechtbank en van 29 mei 2002 van de Afdeling is in rechte komen vast te staan dat niet aannemelijk is gemaakt dat verzoeker de Iraakse nationaliteit heeft dan wel staatloos is en dat verzoekers, gelet op de door hen overgelegde authentieke Iraanse paspoorten, kunnen terugkeren naar Iran. De in deze procedure overgelegde stukken, waaronder de brieven van de Iraanse ambassade kunnen geen afbreuk doen aan de in voornoemde procedures vastgestelde feiten. Verweerder heeft zich dan ook in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet aannemelijk is dat verzoeker afkomstig is uit Centraal-Irak, dat verzoekers om die reden niet vallen onder het vertrekmoratorium en dat zij om die reden geen aanspraak kunnen maken op continuering van de opvangvoorzieningen op grond van artikel 45, vierde lid, Vw 2000. Afwijzing verzoek.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.