Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7870

Rechtbank 's-Gravenhage · 28-06-2002 · zaaknummer AWB 02/45147, 02/45148

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

AC-procedure / Somalië / ontbreken identiteitsdocumenten. In het sedert 12 juni 2002 van kracht zijnde TBV 2002/18 is vermeld dat er in Somalië geen internationaal erkend gezag is, zodat Somalische autoriteiten en door hen uitgegeven documenten niet door Nederland worden erkend. Nu er geen sprake is van een internationaal erkend gezag in Somalië, is de rechtbank van oordeel dat het door verzoeker niet beschikken over een paspoort of identiteitskaart in redelijkheid niet aan verzoeker kan worden toegerekend. Verweerder heeft derhalve bij de beslissing op de aanvraag van verzoeker ten onrechte mede de omstandigheid betrokken dat verzoeker geen identiteitspapieren kan overleggen. Het standpunt van verweerder over het vluchtelingschap, dat ten volle getoetst wordt, is niet deugdelijk gemotiveerd op het punt van de gestelde discriminatie, mede gelet op paragraaf 54 van het UNHCR-Handbook, waarin is vermeld dat niet iedere discriminatie tot vervolging leidt, maar wel discriminatoire handelingen die leiden tot substantiële schade, zoals bijvoorbeeld ernstige beperkingen van het recht om te voorzien in het levensonderhoud. Voorts is verweerder in het geheel niet ingegaan op de schotwond die verzoeker stelt te hebben. Indien verweerder zich, conform het ambtsbericht van 12 juni 2001, op het standpunt stelt dat verzoeker niet terugkan naar Zuid-Somalië, zal verzoeker aangemerkt dienen te worden als vluchteling en zal, conform hoofdstuk C1/4.5.3.2 Vc 2000 en de notitie over het beleid van categoriale bescherming van 23 mei 2001, die op 5 juni 2001 aan de Tweede Kamer is aangeboden, moeten worden bezien of sprake is van een vluchtalternatief voor deze specifieke groep mensen, te weten de Tunni’s. In het kader van de beoordeling van het vluchtelingschap wordt immers blijkens deze notitie op grond van individuele feiten en omstandigheden beoordeeld of sprake is van een binnenlands vluchtalternatief, welke vraag bovendien wordt beheerst door het Vluchtelingenverdrag en door het internationale recht. In dat kader zal ook het rapport van een onafhankelijk deskundige aangeboden aan de Commissie voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties van 14 januari 2002, in de afweging betrokken dienen te worden, nu uit dat rapport, gebaseerd op bezoeken aan Baidoa, Mogadishu en Somaliland in augustus en september 2001 (en het niet kunnen bezoeken van Puntland gelet op het ontbreken van een duidelijk gezag aldaar), blijkt dat minderheden in Somalië routinematig worden vervolgd en gemarginaliseerd en dat interne ontheemden een groot risico lopen slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen als zij zich, zonder familiebanden, in het midden of noorden van het land willen vestigen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

  • I. PROCESVERLOOP
  • J.W. Kreumer
  • S. Land

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.