ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7274
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-08-2002 · zaaknummer AWB 02/49934 BEPTDN H, 02/49936 BEPTDN H
Inhoudsindicatie
AC-procedure / 48-uurstermijn / zienswijze. In geschil is of verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder de zienswijze af te wachten de beschikking uit te reiken. De voorzieningenrechter stelt voorop dat van de SRA, gegeven de wijze waarop de communicatie tussen partijen in de AC-procedure vorm is gegeven, verwacht mag worden dat zij op basis van de in dat kader van de IND verkregen informatie een inschatting maakt van de te verwachten werkzaamheden en daarop de benodigde capaciteit aan rechtshulpverleners afstemt. Indien zich daarbij problemen voordoen is de SRA in beginsel dan ook voor die problemen verantwoordelijk te houden. Er kunnen zich evenwel bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan dat beginsel uitzondering dient te lijden. Daarvan is hier spake. Zo al aangenomen moet worden dat, zoals verweerder stelt, het niet exceptioneel is dat in drie zaken tegelijkertijd een voornemen wordt uitgereikt, is de hier aan de orde zijnde situatie in zoverre anders dat niet alleen op hetzelfde moment drie voornemens zijn uitgereikt, maar bovendien die uitreiking plaatsvond op een moment dat in twee zaken nog vier uur restte en in één zaak nog drie uur voordat de 48-uurstermijn afliep, terwijl de SRA minder dan é n (proces)uur vóór het uitreiken van de voornemens van de indicatie-procesbeslissingen na nader gehoor in kennis was gesteld. Die beslissingen, dat volgt reeds uit de naamsaanduiding, geeft de SRA nu juist een indicatie van de te verwachten werkzaamheden in die fase van de procedure. Dat de SRA ook op basis van de aan haar doorgegeven starttijd van het nader gehoor die werkzaamheden zou kunnen inschatten, zoals door verweerder naar voren gebracht, kan niet goed worden gevolgd, gegeven het feit dat doorgaans pas nadat verweerder de asielzoeker over zijn asielmotieven heeft gehoord, een beslissing over het al dan niet afdoen in het AC genomen zal kunnen worden. Onder deze omstandigheden kan redelijkerwijs niet geoordeeld worden dat de SRA tijdig kon voorzien dat zich op 29 juni 2002 om 8.00 uur ’s-morgens capaciteitsproblemen zouden voordoen, die tot bijstelling van die capaciteit noopten. Door in de ontstane situatie de dienstdoende rechtshulpverlener een termijn te stellen voor het uitbrengen van een zienswijze, wetende dat het feitelijk onmogelijk was dat deze daaraan zou toekomen, en bij ommekomst van die termijn de beschikking te slaan, heeft verweerder gehandeld in strijd met de op hem rustende onderzoeksplicht. Door in het bestreden besluit niet gemotiveerd in te gaan op de door de rechtshulpverlener tijdig gemelde capaciteitsproblemen is dat besluit voorts ontoereikend gemotiveerd. Beroep gegrond en afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- F. Fonville
- M. Ramsaroep
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
