ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7262
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-07-2002 · zaaknummer AWB 01/27602 BEPTDN
Inhoudsindicatie
Witte-illegalenbeleid / valse gegevens werkgever. De rechtbank oordeelt dat het standpunt van verweerder, dat zelfs indien de werkgever van eiser de valse vestigingsvergunning zou hebben gemaakt en betrokkene hiervan niet op de hoogte is geweest zulks voor rekening en risico van eiser dient te komen, geen steun vindt in tekst en strekking van voorwaarde 6 van TBV 1999/23. Ook de opmerking van de staatssecretaris van Justitie, gemaakt in het op 16 november 2000 gehouden algemeen overleg met de Vaste Commissie van Justitie van de Tweede Kamer, biedt, anders dan door verweerder betoogd, onvoldoende steun voor de door verweerder verdedigde uitleg van deze voorwaarde. De staatssecretaris heeft toen immers slechts volstaan met de opmerking dat valse gegevens inderdaad door een werkgever kunnen zijn verstrekt. De kern van de regeling is echter niet alleen dat een illegaal met de schijn van legaliteit in Nederland moet hebben verbleven, maar ook dat de overheid die schijn moet hebben gewekt. Aan die laatste eis wordt in een dergelijk geval in het geheel niet voldaan. Dat neemt natuurlijk niet weg dat een en ander voor de betrokkene pijnlijke beslissing kan leiden. Deze opmerking is naar het oordeel van de rechtbank niet in die mate consistent en eenduidig dat verweerder de verdedigde - extensieve - uitleg van de onderhavige voorwaarde daarop kan baseren. Dit is te minder het geval nu die uitleg in de antwoorden van verweerder van 21 maart 2002, naar aanleiding van vragen van de rechtbank Alkmaar, niet is herhaald. De rechtbank overweegt dat de uitleg van voorwaarde 6 van TBV 1999/23, als door verweerder in het bestreden besluit neergelegd, de toets van een redelijke beleidsbepaling niet kan doorstaan indien en voor zover zij de mogelijkheid zou scheppen de vreemdeling van verblijfsaanvaarding op grond van die regeling uit te sluiten op de enkele grond dat zijn werkgever over een op zijn naam gestelde valse tewerkstellingsvergunning beschikt, maar niet op deugdelijke en controleerbare wijze is vastgesteld dat hij voor het opmaken van dat stuk op enigerlei wijze verantwoordelijkheid draagt. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- H. Stoppelenburg
- I. PROCESVERLOOP
- L.F. Idrissi
- R.H.H. Arts
- W. de Vries
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
