ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7256
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-07-2002 · zaaknummer AWB 02/51171 VRONTN
Inhoudsindicatie
Bewaring / wijziging grondslag. Eisers stelling dat hij ten onrechte in bewaring is gesteld omdat hij ten tijde van het opleggen van de maatregel tot bewaring (op de a-grond) een aanvraag om een verblijfsvergunning wegens klemmende redenen van humanitaire aard had ingediend, berust niet op de wet. Ingevolge artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000 staat immers niets in de weg aan de inbewaringstelling van een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in Nederland op grond van het feit dat hij een verblijfsvergunning heeft aangevraagd, mits deze bewaring in het belang van de openbare orde is en geschiedt met het oog op uitzetting. Ter zitting is voorts vastgesteld, en door partijen niet betwist, dat eiser, gegeven het feit dat een verblijfsvergunning was aangevraagd, ten onrechte op de a-grond in bewaring is gesteld. De rechtbank is echter van oordeel dat hieraan geen consequenties hoeven te worden verbonden daar eiser door de gewraakte handelwijze niet in zijn belangen is geschaad, te meer daar verweerder de grondslag van de inbewaringstelling heeft gecorrigeerd. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- G.D. Tjou Tam Sin
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- P. Scholtes
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
