Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7236

Rechtbank 's-Gravenhage · 22-07-2002 · zaaknummer AWB 02/773 OVERIN, e.v.

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Sandjak-moslim / gemengd huwelijk / driejarenbeleid. Eisers vormen een echtpaar afkomstig uit de Sandjak-regio (in Servië) in de FRJ. Zij is een Bosnische moslim en hij is Servisch. Eisers beroepen zich op discriminatie vanwege het feit dat zij moslim is en er daarnaast sprake is van een gemengd huwelijk. Discriminatie bestaat uit lastigvallen, schelden, bedreigingen met de dood en verkrachting, en genegeerd worden op het werk. De twee kinderen werden op straat uitgescholden, bespuugd en met stenen bekogeld en ook op school lastiggevallen. Uit de meest recente ambtsberichten van 31 augustus 2000 en 12 juli 2001 blijkt dat er in Servië geen sprake is van specifiek op Slavische moslims betrekking hebbende mensenrechtenschendingen en dat gemengd gehuwden kunnen stuiten op gebrek aan acceptatie bij de directe omgeving, maar in het algemeen geen noemenswaardige problemen ondervinden in de Federale Republiek Joegoslavië. Dit laat naar het oordeel van de rechtbank echter onverlet dat in individuele gevallen sprake kan zijn van discriminatie van moslims en gemengd gehuwden in de Sandjak-regio. In het geval van eisers acht de rechtbank dit met name niet uitgesloten nu sprake is van een combinatie van factoren. Voorts is van belang dat ingevolge werkinstructie 213 er een aanhoudingsparool gold voor dit soort zaken. Daargelaten de vraag of verweerder, gelet op bovenstaande, terecht op de onderliggende aanvraag heeft beslist, is aan het aanhoudingsparool een argument te ontlenen voor het oordeel dat verweerder niet heeft kunnen overgaan tot kennelijk ongegrondverklaring van het bezwaar. De rechtbank concludeert dat verweerder artikel 7:2 Awb heeft geschonden. Met betrekking tot het beroep op het driejarenbeleid overweegt de rechtbank dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten ambtshalve te toetsen of eisers in aanmerking kwamen voor een dergelijke vergunning. Volgens hoofdstuk C2/9.4.1 Vc 2000 gaat de driejarentermijn lopen vanaf de datum van ontvangst van de asielaanvraag, echter verweerder heeft altijd het beleid gevoerd dat de driejarentermijn gaat lopen vanaf het moment dat de vreemdeling zich bij een bevoegde autoriteit heeft gemeld met de kennelijk bedoeling toelating tot Nederland te verkrijgen. Ter zitting heeft de rechtbank geen duidelijkheid kunnen verkrijgen omtrent de vraag of verweerder zijn beleid op dit punt heeft gewijzigd. Beroep gegrond, toewijzing verzoek.

Rechters

Advocaten

  • N.J.A. Hennipman-Karelse

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • de Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.