ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7082
Rechtbank 's-Gravenhage · 26-06-2002 · zaaknummer AWB 02/32686 COA
Inhoudsindicatie
Opvang / meewerkcriterium / Somalische vertegenwoordiging. Niet in geschil is dat op eiseres ten tijde van het bestreden besluit de rechtsplicht rustte om Nederland te verlaten en dat zij aan de Rva 1997 geen aanspraak op voortzetting van verstrekkingen kon ontlenen. Ingevolge de op het Stappenplan 1999 gebaseerde jurisprudentie van de ABRS heeft iemand in de positie van eiseres slechts aanspraak op voortzetting van de verstrekkingen indien zij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden verlangd om een vervangend reisdocument te verkrijgen. Het al dan niet verkrijgen van een reactie van de autoriteiten is hierbij niet van doorslaggevende aard. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eiseres zich niet de inspanningen heeft getroost die in dit verband van haar mochten worden gevergd. Daarbij is van belang dat mag worden aangenomen dat eiseres zich bij haar vertrek naar Nederland van documenten heeft ontdaan. Dat er (op dit moment) geen door de internationale gemeenschap erkende en/of functionerende Somalische autoriteiten zijn waartoe eiseres zich kan wenden ter verkrijging van de benodigde documenten maakt dit niet anders. Verweerder was dan ook gerechtigd de verstrekkingen op grond van de Rva 1997 te beëindigen. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- E.E. van der Kamp
- I. PROCESVERLOOP
- W.J. Eusman
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
