Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7065

Rechtbank 's-Gravenhage · 16-07-2002 · zaaknummer AWB 02/38430 OVERIO

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Schending hoorplicht / belangenafweging. Verzoeker heeft een aanvraag gedaan tot verlenging van zijn vtv zonder beperking. De aanvraag is afgewezen onder gelijktijdige ongewenstverklaring van verzoeker. Tijdens de bezwaarprocedure is verzoeker gehoord door een ambtelijke commissie (ac). In geding is of er sprake is van schending van de hoorplicht nu verzoeker is gehoord door de ac en niet door de (nu) Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ), welke procedure met minder waarborgen is omkleed. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zich ten onrechte heeft gebaseerd op een wetsontwerp over deze problematiek, waarin staat dat met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2001 de verplichting tot horen door de ACVZ vervalt. Verweerder is vooruitgelopen op een toekomstige wijziging van het overgangsrecht. Het achterwege laten van het horen door de ACVZ wordt in strijd geacht met het thans geldende overgangsrecht. De vraag rest of het voorgaande in de weg staat aan uitzetting van verzoeker hangende het beroep. Daartoe moet een afweging worden gemaakt tussen het belang van verweerder bij onmiddellijke uitzetting van verzoeker en het belang van verzoeker bij het voorkomen van uitzetting hangende het beroep. Bij bepaling van verzoekers belang dient bezien te worden wat de meest gunstige uitkomst van het beroep zou zijn. Gelet op de gronden waarop verzoeker zijn beroep doet steunen zal dit in het uiterste geval (procedureel) kunnen leiden tot de verplichting voor verweerder verzoeker alsnog op zijn bezwaar te doen horen door de ACVZ, terwijl (materieel) geoordeeld zal kunnen worden dat verzoekers ongewenstverklaring en eventueel de weigering zijn vtv te verlengen in strijd zijn met artikel 8 EVRM. Aldus bezien zal uitzetting hangende het beroep naar valt aan te nemen niet tot ernstige onomkeerbare schade voor verzoeker kunnen leiden, temeer daar verweerder ter zitting heeft toegezegd dat onmiddellijke uitzetting niet in de weg zal staan aan het later alsnog doen horen van verzoeker door de ACVZ. Verzoeker zal gelegenheid krijgen voor dat doel naar Nederland te reizen, ofwel in Marokko worden gehoord. Voorts zal verzoeker - indien zijn ongewenstverklaring en de weigering tot verlenging van zijn vtv zal worden teruggedraaid - zich weer naar Nederland kunnen begeven teneinde het contact met zijn familie weer op te pakken. Aan verweerders belang komt per definitie veel gewicht toe, gezien de ernstige inbreuk die verzoeker op de openbare orde heeft gemaakt. Afwijzing verzoek.

Rechters

Advocaten

  • M. Huisman

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.