Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7063

Rechtbank 's-Gravenhage · 04-07-2002 · zaaknummer AWB 99/5699

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Procesbelang / doorprocederen / gezinshereniging. Eiser heeft op 18 februari 1997 een asielaanvraag ingediend. In bezwaar is eiser bij beschikking van 12 mei 1999 een vtv zonder beperkingen is verleend met ingang van 18 februari 1997. Eiser heeft beroep ingesteld in verband met de weigering hem toe te laten als vluchteling. Met ingang van 1 april 2001 wordt de verblijfsvergunning van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel). De vraag ligt voor of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep na inwerkingtreding van de Vw 2000. Mede gelet op de uitspraak van de ABRS van 28 maart 2002 wordt die vraag ontkennend beantwoord. Nu niet is gebleken van bijzondere, door eiser aan te voeren, belangen, heeft eiser in rechte geen te beschermen belang meer bij voorzetting van de beroepsprocedure, aangezien de materiële uitkomst ervan geen effect kan hebben op de titel waarover eiser vanaf 1 april 2001 beschikt. De rechtbank is van oordeel dat de toekomstige materiële rechtspositie van eisers gezinsleden, indien hen verblijf zou worden toegestaan, niet in de directe belangensfeer van eiser ligt en niet een rechtstreeks belang in zijn asielprocedure is. De rechtbank concludeert dat aan de gezinsleden van eiser niet (alsnog) een nareiscriterium kan worden gegund en dat voor wat betreft dit punt geen rechtsbelang bestaat bij doorprocederen. Redengevend is dat eiser in bezit was van een vtv op grond van artikel 3 EVRM. Gezinsleden van vreemdelingen aan wie een dergelijke vergunning was verleend kwamen, in tegenstelling tot gezinsleden van vreemdelingen die waren toegelaten als vluchteling, onder het destijds geldende recht niet in aanmerking voor een afgeleide vluchtelingenstatus. Er is dus geen mogelijkheid ontnomen die onder de Vw wel bestond. Omdat eiser onder deze regeling valt, faalt het beroep op artikel 116 Vw 2000. Voor wat betreft de voorwaarde van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten wordt geen onderscheid gemaakt naar de grond waarop de verblijfsvergunning is verleend. Eiser zou onder bepaalde voorwaarden kunnen worden vrijgesteld van het overleggen van uit het buitenland afkomstige gelegaliseerde documenten. De rechtbank overweegt verder dat verweerder de toezegging heeft gedaan dat bij een eventuele intrekking van de verblijfsvergunning alsnog zal worden getoetst of eiser vluchteling is. Beroep niet-ontvankelijk.

Advocaten

  • A.W. van Leeuwen

Partijen

  • Stichting Rechtsbijstand Asiel te Arnhem

    eiser · bedrijf

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.