ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6755
Rechtbank 's-Gravenhage · 28-06-2002 · zaaknummer AWB 01/16914 OVERIO
Inhoudsindicatie
Somalië / minderheden / categoriale bescherming. Uitgangspunt zijn de uitspraken van 200105382/1 van 14 januari 2002 en 200106209/1 van 31 januari 2002 van de ABRS inzake de minderhedenproblematiek in Somalië. Eiser heeft onder meer een notitie van de UNHCR te Neurenberg van september 2001 overgelegd en hierbij nadrukkelijk verwezen naar artikel 83 Vw 2000. Vastgesteld wordt dat de door eiser overgelegde stukken zonder noemenswaardige toelichting in het geding zijn gebracht. Welke relevantie aan die stukken toekomt, is niet zonder meer duidelijk. Verweerder stelt dat de stellingname van de UNHCR te Neurenberg geen nieuwe feiten bevat. Alle feiten waarnaar wordt verwezen in het bij voornoemd stuk behorende notenapparaat zijn geruime tijd bekend en in de besluitvorming meegewogen. De rechtbank ziet geen grond om voornoemd stuk in haar oordeelsvorming te betrekken en eiser heeft ook niet aangegeven in hoeverre die stellingname geacht moet worden de opvatting van het hoofdkantoor van de UNHCR in Genève weer te geven. Beroep ongegrond.
Advocaten
- A.J.J. Fraanje
- I. PROCESVERLOOP
- P.M. Kruijdenberg
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
