Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6572

Rechtbank 's-Gravenhage · 05-07-2002 · zaaknummer AWB 02/41433 OVERIO H

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Mvv-vereiste / wettelijke basis. Verzoeker, afkomstig uit Zaïre, stelt zich op het standpunt dat artikel 3.71 Vb 2000 geen wettelijke basis kan hebben in artikel 16 Vw 2000. Waar in de Vw 2000 aan verweerder terzake beleidsvrijheid wordt gelaten, is artikel 3.71, eerste lid, Vb 2000 imperatief geformuleerd. Verweerder stelt dat artikel 3.71, eerste lid, Vb 2000 weliswaar imperatief is geformuleerd, doch dat de bevoegdheid om van het mvv-vereiste af te wijken vorm heeft gekregen in het vierde lid van artikel 3.71 Vb 2000. De voorzieningenrechter stelt vast dat artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 facultatief is geredigeerd. In deze bepaling is mitsdien een discretionaire bevoegdheid vastgelegd voor verweerder neergelegd om een aanvraag om een verblijfsvergunning niet af te wijzen indien niet wordt beschikt over een geldige mvv. Blijkens het bepaalde in het tweede lid van artikel 16 Vw 2000 is aan de Kroon de bevoegdheid toegekend tot het maken van nadere regelgeving over toepassing van, onder andere, de grond als neergelegd in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Dit heeft geleid tot de dwingende bepaling zoals neergelegd in artikel 3.71, eerste lid, Vb 2000. Indien het betoog van verzoeker aldus moet worden begrepen dat een dergelijke uitvoering van de wet bij algemene maatregel van bestuur in strijd is met de wet, is dit betoog naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zonder grond. Nu de regelgever bij wet een discretionaire bevoegdheid heeft toegekend, komt een executieve daarmee in strijd, wanneer daarin de discretionaire bevoegdheid teniet wordt gedaan. De hardheidsclausule van 3.71, vierde lid, Vb 2000 komt aan dit bezwaar onvoldoende tegemoet, nu een dergelijke clausule naar zijn aard is geschreven voor onvoorziene gevallen. Echter, indien al zou moeten worden vastgesteld dat het bepaalde in artikel 3.71, eerste lid, Vb 2000 vanwege strijd met artikel 16 Vw 2000 verbindende kracht ontbeert, kan verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet de bevoegdheid op grond van artikel 16 Vw 2000 worden ontzegd om de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning af te wijzen om reden dat niet wordt beschikt over een geldige mvv. Aangezien verzoeker meent in aanmerking te komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste vanwege zijn langdurige verblijf in Nederland en omdat hij onbekend was met het mvv-vereiste, zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat verweerder in het onderhavige geval niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Afwijzing verzoek.

Advocaten

  • C.R. Vink
  • W.A. Venema

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.