ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6316
Rechtbank 's-Gravenhage · 25-04-2002 · zaaknummer AWB 01/13577 VESTIG C
Inhoudsindicatie
Mvv-vereiste / hardheidsclausule / vrouwenhandel. De aanvraag van eiseres (van Nigeriaanse nationaliteit) van 15 november 2000 tot verlening van een vtv met als doel verblijf bij Nederlandse partner is buiten behandeling gesteld wegens ontbreken van een mvv. De rechtbank ziet in casu geen aanleiding gevolgen te verbinden aan het feit dat verweerder heeft afgezien van het indienen van een verweerschrift. De primaire beschikking wordt niet geacht onbevoegd te zijn genomen, nu deze beschikking slechts afwijkt van het IND-advies voorzover het gaat om het al dan niet achterwege laten van uitzetting ingeval een bezwaarschrift wordt ingediend. Eiseres heeft overigens tijdig verzocht om een voorlopige voorziening en is derhalve niet in haar belangen geschaad. De stelling van eiseres dat zij in haar belangen is geschaad doordat verweerder niet heeft gereageerd op haar in bezwaarschrift gedane verzoek om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken, waardoor zij niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van het proces-verbaal van 20 december 2000, treft geen doel. De rechtbank overweegt daarbij dat het gaat om informatie die door eiseres is verstrekt, terwijl het overigens nog maar de vraag is of bedoeld proces-verbaal kan worden beschouwd als een (direct) op de zaak betrekking hebbend stuk als bedoeld in artikel 6:17 Awb, nu dit is opgemaakt naar aanleiding van het door eiseres overgelegde - frauduleus - verkregen paspoort. Ten slotte is van belang dat de bestreden beschikking ex tunc wordt beoordeeld. Niet in geding is dat eiseres niet beschikt over een mvv. Het enkele feit dat zij zwanger was, leidt niet tot een geslaagd beroep op de vrijstelling als bedoeld in artikel 16a, derde lid, aanhef en onder d, Vw. Uitstel van vertrek voor een periode van 6 weken na de bevalling is niet onredelijk nu niet is gebleken van bijzondere omstandigheden gelegen in de gezondheidstoestand van eiseres. De in de Ziektewet gehanteerde rustperiode van 10 weken is niet van toepassing. Eiseres wordt niet gevolgd in haar stelling dat verweerder haar had moeten aanmerken als slachtoffer van vrouwenhandel en haar op die grond van het mvv-vereiste had moeten vrijstellen (artikel 16a, derde lid, aanhef en onder e, Vw). De aanwijzing van deze categorie vreemdelingen kan niet los worden gezien van het doel en de aard van het verblijf waarvoor de aanvraag is gedaan. De onderhavige aanvraag laat geen ruimte voor twijfel over het beoogde doel van het verblijf. Op grond van TBV 200/21 van 1 oktober 2000 (jo hoofdstuk B17 Vc-1994) is derhalve het terzake geldende beleid van toepassing. Daarbij is van belang dat eiseres nimmer blijk heeft gegeven aangifte te willen doen van vrouwenhandel, noch in het kader van de aanvraag - waar dit punt op de checklist expliciet aan de orde wordt gesteld - noch op enig ander moment. Het beroep van eiseres op de hardheidsclausule (artikel 16a, zesde lid Vw) slaagt evenmin. Voor het op voorhand aannemen van een onredelijk lange duur van de mvv-procedure is geen aanleiding. Geen strijd met artikel 8 EVRM nu geen sprake is van inmenging in het familie- of gezinsleven en uit belangenafweging geen positieve verplichting voortvloeit om eiseres verblijf toe te staan. Een beroep op de artikelen 3,7,9 en 10 van het IVRK maakt dit niet anders. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
