ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6297
Rechtbank 's-Gravenhage · 19-03-2002 · zaaknummer AWB 02/17495 VRONTN J e.v.
Inhoudsindicatie
Bewaring / IVRK. Bij het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel ten aanzien van vreemdelingen die in het gezelschap zijn van een of meer kinderen, dient verweerder aan te geven op welke wijze de belangen van het kind zijn gewogen en invulling is gegeven aan de verplichtingen op grond van artikelen 3, eerste lid, en 37, aanhef en onder b, IVRK. In een dergelijk geval kan verweerder er niet mee volstaan te wijzen op het grensbewakingsbelang. Uit hoofdstuk A5/2.2.7 Vc 2000 blijkt immers dat het ook in de ogen van verweerder mogelijk is de toegangsweigering van artikel 3 Vw 2000 te handhaven met een, zeker voor kinderen, minder ingrijpende vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd in een OC. Verweerder heeft in eerste instantie het AC Schiphol aangewezen als ruimte of plaats bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw 2000. Niet gezegd kan worden dat oplegging van deze vrijheidsontnemende maatregel aan vreemdelingen met kinderen ingeval er een asielaanvraag door de ouders is gedaan bij afweging van alle betrokken belangen, waaronder met name de belangen van de kinderen, niet gerechtvaardigd is te achten. Verweerder had er immers belang bij na te gaan of de asielaanvraag van de vreemdelingen kon worden afgewezen in het aanmeldcentrum binnen achtenveertig procesuren. Aangezien de vreemdelingen de zorg hadden voor vier kinderen had verweerder de voortzetting van de maatregel na de uitreiking van de afwijzende asielbeschikking in het AC Schiphol dienen te beoordelen in het licht van de artikelen 3 en 37 van het IVRK. Verweerder heeft dit in dit verband uitsluitend gewezen op het grensbewakingsbelang. Daarmee heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat in dit geval niet, in lijn met hoofdstuk A5/2.2.7 Vc 2000, ten aanzien van de vreemdelingen en hun kinderen met een vrijheidsbeperkende maatregel kon worden volstaan. Gelet op de beperkingen die zijn verbonden aan het verblijf in het AC Schiphol dient verweerder vreemdelingen die in het gezelschap zijn van een of meer kinderen, na afronding van de AC-procedure bij voorrang onder te brengen in een meer passende verblijfplaats. Gelet op het tijdstip van de uitreiking van de asielbeschikking op 9 maart 2002 ’s avonds had verweerder ervoor dienen te zorgen dat de vreemdelingen en hun kinderen uiterlijk de volgende dag, 10 maart 2002, het AC hadden kunnen verlaten. De toepassing van de maatregel in AC Schiphol was dan ook met ingang van 11 maart 2002 bij afweging van alle betrokken belangen niet langer gerechtvaardigd te achten. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- L.B. Vellenga-van Nieuwkerk
- T. Ponte
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
