ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6270
Rechtbank 's-Gravenhage · 25-06-2002 · zaaknummer AWB 01/6729 OVERIO
Inhoudsindicatie
Angola / uvv-beleid / categoriale bescherming. In deze zaak speelt de vraag of langdurig uitstel-van-vertrekbeleid (uvv-beleid) dient te leiden tot het voeren van een vvtv-beleid. Ter zitting heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het uvv-beleid ten aanzien van asielzoekers uit Angola niet is gevoerd vanwege de indicatoren uit de indicatorenbrief, waaronder de veiligheidssituatie. Het uvv-beleid is volgens verweerder enkel gevoerd vanwege de slechte humanitaire situatie in Angola. De lange duur van het uvv-beleid is volgens verweerder te wijten aan de omstandigheid dat men in afwachting was van een nieuwe standpuntbepaling door de UNHCR en aan de onduidelijkheid over het beleid in de ons omringende landen. Gelet op het voorgaande stelt verweerder zich op het standpunt dat er geen sprake was van een situatie waarin een vvtv-beleid gevoerd diende te worden. Verweerders uitleg blijkt niet duidelijk uit de documenten die ten grondslag liggen aan het gevoerde uvv-beleid. De rechtbank verwijst hiertoe naar de brieven van de staatssecretaris van Justitie aan de Tweede Kamer van 18 juni 1999, 10 september 1999 en 1 juni 2001. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende duidelijk heeft gemotiveerd waarom het uvv-beleid bijna drie jaar is gehandhaafd zonder dat verweerder een vvtv-beleid geïndiceerd heeft geacht. Met name omtrent de vraag of de veiligheidssituatie in Angola en de hoofdstad Luanda (mede) van invloed is geweest op het voeren van een uvv-beleid heeft verweerder onvoldoende duidelijkheid geschapen. Immers, uit bovengenoemde documenten blijkt onomstotelijk dat de veiligheidssituatie bij zowel de invoering, de tussentijdse beëindiging, de continuering en de uiteindelijke beëindiging van het uvv-beleid een rol van betekenis heeft gespeeld. De brief van 1 juni 2001 en de daarbij gevoegde notitie van 23 mei 2001 leiden niet tot een ander oordeel. Echter, wat ook van het voorgaande zij, de rechtbank is van oordeel dat gelet op het ambtsbericht van 4 mei 2001 verweerder ten tijde van het bestreden besluit d.d. 30 november 2000 terecht heeft geoordeeld dat er geen aanleiding was om een vvtv-beleid te voeren en aan eiser een vvtv te verlenen. Immers, uit dit ambtsbericht, dat de periode van 26 juni 2000 tot 4 mei 2001 beslaat, blijkt dat ten tijde van het bestreden besluit de situatie in Angola, hoewel nog steeds zorgwekkend, niet zodanig was dat het van een bijzondere hardheid getuigde om afgewezen Angolese asielzoekers naar Angola terug te sturen. Beroep ongegrond.
Advocaten
- A.W. van Leeuwen
- M.A. Collet
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
