ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6268
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-06-2002 · zaaknummer AWB 01/20307 OVERIO
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring / artikel 8 EVRM. Aan de orde is een voorlopige voorziening hangende bezwaar. Het door verzoeker ingediende bezwaarschrift richt zich tegen intrekking van de vergunning tot vestiging en ongewenstverklaring. Het bezwaar gericht tegen de intrekking van de vergunning tot vestiging is wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk. Gegeven het door verweerder ter zake van ongewenstverklaringen gevoerde beleid was verweerder, gelet op de omstandigheid dat verzoeker bij uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 juli 2000 tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden is veroordeeld, bevoegd om tot ongewenstverklaring van verzoeker over te gaan. Ten aanzien van het standpunt van verzoeker dat zijn ongewenstverklaring een schending zou opleveren van het bepaalde in artikel 8 EVRM overweegt de voorzieningenrechter onder verwijzing naar de uitspraak van het EHRM van 2 augustus 2001 (Boultif/ Zwitserland) als volgt. Hoewel de echtgenote van verzoeker, anders dan de echtgenote van Boultif, evenals verzoeker van Turkse origine is, is tussen partijen niet in geschil dat zij sinds 1976 hier te lande verblijft en zij tot Nederlandse is genaturaliseerd. Bovendien zijn de drie kinderen van verzoeker en zijn echtgenote (in de leeftijd van 15, 11 en 5 jaar) allen hier te lande geboren en is zijdens verweerder niet weersproken dat zij enkel de Nederlandse nationaliteit bezitten en de Turkse taal slechts beperkt machtig zijn. Gelet op een en ander is er sprake van een zeer sterke worteling van de echtgenote en kinderen van verzoeker in de Nederlandse samenleving. Dit klemt in het bijzonder voor de twee oudste kinderen van wie gelet op hun leeftijd mag worden aangenomen dat hun worteling in de Nederlandse samenleving inmiddels ook buiten het gezinsverband heeft plaatsgevonden. Tegen deze achtergrond kan in redelijkheid niet van de echtgenote en kinderen van verzoeker worden gevergd dat zij verzoeker naar Turkije volgen om zich daar met hem te vestigen. Aan verzoeker zal daarentegen de mogelijkheid geboden moeten worden om zijn gezin in Nederland te bezoeken ten einde in ieder geval in deze beperkte vorm zijn recht op "family-life" te kunnen uitoefenen. Het bestreden besluit tot ongewenstverklaring staat daaraan in de weg. Hoewel verweerder een niet te ontkennen belang heeft bij het weren van personen die vanwege enig delict strafrechtelijk zijn veroordeeld en met name van personen die vanwege geweldsmisdrijven of drugsdelicten zijn veroordeeld, dient het belang van verzoeker en zijn gezinsleden om hun "family-life" te kunnen uitoefenen in de vorm van een bezoekregeling in casu zwaarder te wegen. Bezwaar (met toepassing van artikel 33b Vw) gegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
- L.F. Portier
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
