ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6256
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-02-2002 · zaaknummer AWB 00/4834
Inhoudsindicatie
Voortgezet verblijf / zoekjaar / termijnoverschrijding. Aan eiseres is op 17 februari 1999 een verblijfsdocument (vtv-zoekjaar) verstrekt geldig tot 1 juli 1999. Zij heeft op 3 augustus 1999 bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van het zoekjaar. Verschoonbare termijnoverschrijding: dit verblijfsdocument dient te worden beschouwd als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Eiseres had binnen vier weken na de datum van verstrekking, in casu derhalve uiterlijk op 15 maart 1999, bezwaar moeten maken. Derhalve is er sprake van termijnoverschrijding. In casu moet de termijnoverschrijding verschoonbaar worden geacht. Hiertoe is overwogen dat niet is gebleken dat het verblijfsdocument een rechtsmiddelenclausule bevat, terwijl voormeld besluit zich ook anderszins niet laat aanzien als een besluit waartegen bezwaar of beroep open staat. Voorts is onvoldoende komen vast te staan dat eiseres op 17 februari 1999 van de concrete gevolgen van het besluit op de hoogte is gesteld, terwijl in het geheel niet is gebleken dat eiseres is gewezen op de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de aanvangsdatum van het zoekjaar. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat eiseres verwijtbaar in verzuim is geweest. Eiseres heeft eerst op 17 februari 1999 kennis kunnen nemen van het feit dat haar een zoekjaar was gegund. Op dat moment was echter al een groot deel van het zoekjaar verstreken en had eiseres nog slechts vier maanden over om werk te zoeken. Uit hoofdstuk B1/2.3.1 Vc-1994 volgt dat het mogelijk is dat een vergunning tot het verrichten van arbeid eerst geruime tijd na afloop van de geldigheidsduur van de afhankelijke vergunning wordt verleend. Indien dit voortvloeit uit het feit dat de vreemdeling niet onverwijld melding heeft gemaakt van verbreking van het huwelijk, zal de vreemdeling in het bezit worden gesteld van een vtv voor minder dan een jaar. Indien een vergunning tot het verrichten van arbeid echter door toedoen van verweerder eerst na geruime tijd kan worden verlengd, kan voormeld beleid niet onverkort worden toegepast. In het midden latend wat de peildatum voor eiseres had moeten zijn, had verweerder in ieder geval gemotiveerd moeten aangeven waarom aan eiseres geen langere feitelijke zoekperiode is gegund. Strijd met het motiveringsbeginsel. Beroep gegrond.
Advocaten
- F.L.J. van Vloten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
