ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6183
Rechtbank 's-Gravenhage · 30-05-2002 · zaaknummer AWB 00/73981 OVERIO H, 00/73983
Inhoudsindicatie
Driejarenbeleid / mvv-vereiste. Aanvraag voor een vtv op grond van het driejarenbeleid door uitgeprocedeerde eisers is buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldige mvv. Eisers stellen dat TBV 2000/14 van toepassing is. Verweerder stelt dat eisers niet onder categorie b van TBV 2000/14 vallen. De rechtbank stelt ambtshalve vast dat de datum van het primaire besluit is gelegen voor de datum van inwerkingtreding van TBV 2000/14 en dat hier de toepassing door verweerder van het beleid dat gold op het moment van de buitenbehandelingstelling dient te worden getoetst. Op dat moment gold de mvv-eis van artikel 16a Vw onverkort. TBV 2000/14, waar eisers zich op beroepen, was op het tijdstip van de buitenbehandelingstelling van de aanvraag van eisers nog niet in werking getreden. Nu verweerder het bestreden besluit desondanks aan de criteria van TBV 2000/14 heeft getoetst, overweegt de rechtbank ten aanzien van dat punt dat er geen wettelijke grondslag is te vinden voor het in beleid neerleggen van een vrijstellingcategorie. Het creëren van andere vrijstellingsgronden dan die bij algemene maatregel van bestuur is niet gebaseerd op een wettelijk gegeven bevoegdheid. De rechtbank is niettemin van oordeel dat verweerder aan de toepassing van het - voor eisers begunstigend - beleid in het TBV gehouden is. Het betreft bekend gemaakt beleid en de belanghebbende mag erop vertrouwen dat verweerder hiernaar zal handelen, maar dit betekent wel dat de rechtbank de toepassing van dit beleid zal beoordelen in het licht van dit vertrouwensbeginsel. Uit de toelichting van het TBV - met name uit de woorden 'in de lopende procedure' - en de door verweerder gegeven uitleg in de onderhavige procedure, moet naar het oordeel van de rechtbank worden geconcludeerd dat verweerder de vrijstelling van het mvv-vereiste bedoeld heeft voor die gevallen waarin een vtv op grond van het driejarenbeleid is ingediend hangende de beroepsfase van de eerdere (asiel)aanvraag. In het onderhavige geval is de aanvraag ingediend na een onherroepelijk (negatief) oordeel in beroep. Weliswaar is de tekst van het TBV zelf op dit punt niet duidelijk, maar nu het buitenwettelijk - begunstigend - beleid betreft komt aan de toelichting en uitleg die verweerder geeft ten aanzien van de strekking van het beleid, zwaar gewicht toe. De rechtbank is van oordeel dat het beleid in TBV 2000/14 niet kennelijk onredelijk is te achten. Het betreft hier immers beleid contra legem, dat strekt ten voordele van de vreemdeling. Dat ook ander, wellicht nog gunstiger, beleid mogelijk was geweest, maakt dit niet anders. In casu heeft verweerder aan dit beleid niet ten onrechte toepassing gegeven.
Advocaten
- H.F.J.L. van Pelt
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
