ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5500
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-05-2002 · zaaknummer AWB 02/36763, 02/38261 BEPTD
Inhoudsindicatie
Opvang / tweede verzoek. Verzoekster, afkomstig uit Somalië, heeft de staatssecretaris bij schrijven van 24 april 2002 verzocht het COA binnen drie dagen na ontvangst van dit verzoek het advies te verstrekken verzoekster en haar kinderen met onmiddellijke ingang in de opvang terug te nemen. Verzoekster heeft tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek van 24 april 2002 op 1 mei 2002 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en op 17 mei 2002 een beroepschrift wegens het niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek van 24 april 2002. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient het verzoek van verzoekster te worden verstaan als een verzoek aan verweerder om in afwijking van het door verweerder ter zake gevoerde beleid alsnog toe te staan de uitspraak op het tweede verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten alsmede van deze beslissing mededeling te doen aan het COA. Het al dan niet inwilligen van bedoeld verzoek in schriftelijke vorm vormt een besluit in de zin van de Awb. De voorzieningenrechter stelt voorop dat ten aanzien van een reactie op het onderhavige verzoek een bij wettelijk voorschrift bepaalde beslistermijn ontbreekt. Voorts acht de voorzieningenrechter de zijdens verzoekster gestelde termijn van drie dagen, gelet op de omstandigheid dat verzoekster met haar twee jonge kinderen geen gebruik meer mag maken van de opvang, niet onredelijk. Door verweerder is niet tijdig op het verzoek beslist. De voorzieningenrechter draagt verweerder op om binnen een termijn van een week na verzending van de uitspraak alsnog een reëel besluit te nemen. De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig om tevens de gevraagde voorlopige voorziening te treffen, aangezien niet reeds op voorhand niet evident is dat verweerder in casu rechtens gehouden zou zijn om een uitzondering op het hiervoor genoemde beleid te maken. De zijdens verzoekster gemaakte vergelijking met verweerders beleid ten aanzien van Dublinclaimanten en herhaalde asielverzoeken, waarbij onder meer in geval van een gezin met een kind jonger dan é n jaar aan het COA wordt geadviseerd opvang te verlenen, gaat mank. Bedoeld beleid heeft immers betrekking op asielzoekers wier aanvragen nog moeten worden behandeld, terwijl in casu het besluitvormingstraject vooralsnog is geëindigd. Dat de afwijzende beschikking op verzoeksters asielaanvraag nog niet rechtens onaantastbaar is geworden maakt het vorenstaande niet anders.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
