Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5496

Rechtbank 's-Gravenhage · 17-05-2002 · zaaknummer AWB 02/34975

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / gelijkheidsbeginsel. De gemachtigde van de vreemdeling heeft aangevoerd dat zijn cliënt is aangehouden in een groep van 52 vreemdelingen, waarvan een aantal vreemdelingen een asielaanvraag heeft ingediend. Inmiddels is gebleken dat van degenen die asiel hebben aangevraagd, de bewaring is opgeheven. De rechtbank overweegt dat de beslissing tot opheffing van de bewaring van de vreemdelingen die asiel hadden aangevraagd niet met zich brengt dat verweerder ook de bewaring had behoren te beëindigen ten aanzien van de tegelijkertijd aangehouden vreemdelingen die echter niet hadden verzocht om toelating als vluchteling. Van belang hierbij is dat verweerder ter zitting heeft benadrukt dat hier sprake was van uitzonderlijke omstandigheden en dat de gevolgde gedragslijn eenmalig was en in geen geval beleid is of zal worden. Voorts kan er niet aan worden voorbijgezien dat de problemen waarvoor verweerder zich na de aanhouding van de onvoorzien grote groep illegale Chinezen gesteld zag, een organisatorische oplossing vergden, die, gelet op de homogene samenstelling van de groep, zo enigszins mogelijk uniform diende te zijn. Het door verweerder daarbij aangelegde criterium is niet zodanig willekeurig dat verweerder, aan wie te dezen een ruime beoordelingsmarge moet worden gelaten, in de gegeven uitzonderlijke omstandigheden dit criterium in redelijkheid niet heeft mogen toepassen. Dat de gevolgde werkwijze wellicht tot gevolg zal hebben dat in de toekomst sprake zal zijn van asielaanvragen die louter op beëindiging van de bewaring gericht zijn, is een consequentie die alsdan door verweerder zal moeten worden opgelost en die in elk geval voor de belangen van de vreemdeling wiens bewaring hier onderwerp van geschil is, niet relevant is. Van de gestelde schending van het gelijkheidsbeginsel is geen sprake, reeds omdat het feit dat een asielaanvraag wordt ingediend, gelet op de daaraan verbonden feitelijke consequenties en rechtsgevolgen, maakt dat geen sprake is van gelijke gevallen. De stelling van de gemachtigde van de vreemdeling dat, indien hij vooraf van de door verweerder gevolgde werkwijze op de hoogte was geweest, hij zijn cliënt zou hebben kunnen adviseren een asielaanvraag in te dienen, legt de rechtbank als niet ter zake dienend ter zijde, reeds omdat niet valt in te zien dat de gemachtigde vooraf over die werkwijze ingelicht had behoren te worden. Daarbij komt dat de vreemdeling ter zitting duidelijk te kennen heeft gegeven geen asiel te willen aanvragen. Dit alles brengt mee dat de aldus gemaakte keuze om de bewaring van de asielvragende gedetineerden op te heffen, niet tot gevolg heeft dat ook in het onderhavige geval de bewaring dient te worden opgeheven. Beroep ongegrond.

Advocaten

  • J.M. Walls

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.