ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5339
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-07-2002 · zaaknummer AWB 02/20309 BEPTDN H, 02/20307
Inhoudsindicatie
Angola / humanitaire situatie / uvv-beleid In geschil is of verweerder in redelijkheid kon weigeren een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en sub d Vw te verlenen aan de Angolese eiser. In de uitspraak onder registratienummer AWB 01 / 46827, welke diende als uitgangspunt voor deze uitspraak, heeft de rechtbank geoordeeld dat: - verweerder binnen zijn beleid met betrekking tot artikel 29, eerste lid aanhef en sub d de mogelijkheid heeft ook rekening te houden met de humanitaire situatie in het land van herkomst bij de bepaling of een voorwaardelijke verblijfsvergunning tot vertrek- c.q. categoriaal beschermingsbeleid dient te worden gevoerd; - verweerder het op grond van de humanitaire situatie in Angola kennelijk nodig heeft gevonden gedurende langere tijd voor Angola enige vorm van beschermingsbeleid te voeren; - uit de ambtsberichten d.d. 26 juni 2000 en 4 mei 2001 blijkt dat de veiligheid en de humanitaire situatie in Angola aanhoudend zeer slecht zijn geweest; - de beslissing van verweerder van 14 september 2001 (in die zaak) waarbij het bezwaar van 22 maart 2000 om geen voorwaardelijke vergunning tot verblijf- c.q. vergunning tot verblijf voor bepaalde tijd af te geven een draagkrachtige motivering mist. De hier bestreden beslissing van verweerder dateert van 18 maart 2002. Uit het ambtsbericht van 13 februari 2002 blijkt geenszins dat er een mogelijke verbetering is opgetreden in de veiligheid en humanitaire situatie in Angola. Ook wanneer het aanvullend ambtsbericht van 17 april 2002 -ex nunc toetsend- bij de beoordeling wordt betrokken is deze conclusie niet anders. Verweerder heeft bij zijn bestreden beslissing de ambtsberichten als uitgangspunt genomen. Uit de ambtsberichten blijkt dat de veiligheid en humanitaire situatie in Angola aanhoudend zeer slecht zijn geweest. Nu verweerder verder gedurende langere tijd voor Angola een zeker beschermingsbeleid heeft gevoerd, waarbij hij de humanitaire situatie in Angola kennelijk relevant achtte, is niet inzichtelijk geworden waarom verweerder naar aanleiding van de ambtsberichten niet is overgegaan tot het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid. De beslissing van verweerder om geen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in gevolge artikel 29, eerste lid aanhef en onder d Vw af te geven, ook al wordt deze met de vereiste terughoudendheid beoordeeld, mist derhalve een draagkrachtige motivering en kan wegens strijd met artikel 7:12 Awb niet in stand blijven.
Advocaten
- D.S. van Asperen
- F. Fonville
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
