ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5243
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-07-2002 · zaaknummer AWB 99/12424
Inhoudsindicatie
Irak / verblijfsalternatief / ex-nunctoetsting. De rechtbank maakt een onderscheid tussen toetsing ex tunc en ex nunc. Ex tunc oordelend is de bestreden beschikking rechtmatig genomen. Eiser is een Koerd, afkomstig uit Irak. Verweerder heeft betoogd dat het ambtsbericht van 9 april 2002 een fase weergeeft in een dynamisch proces. Gelet op het feit dat de besprekingen met de KDP het karakter hebben van een constante dialoog en het in voornoemd ambtsbericht weergegeven standpunt van de KDP slechts een fase in de dialoog markeert, vormt dit standpunt, aldus verweerder, geen feit en omstandigheid in de zin van artikel 83 Vw 2000. De rechtbank ziet in de tekst van artikel 83 Vw 2000 noch in de wetsgeschiedenis echter aanleiding voor het oordeel dat artikel 83 Vw 2000 zich zou beperken tot bestendige feiten en omstandigheden. Uit het ambtsbericht van 9 april 2002 blijkt dat uit Centraal-Irak afkomstige uitgeprocedeerde asielzoekers niet in Noord-Irak worden toegelaten. Dit ambtsbericht dient als deskundigenbericht te worden aangemerkt. In hoofdstuk C1/4.5 Vc 2000 wordt een nadere uitwerking gegeven aan de in artikel 3.106 Vb 2000 opgenomen indicatoren. Hieruit blijkt dat de toegankelijkheid van het verblijfsalternatief in verweerders beleid van betekenis is. Daar komt bij dat verweerder ter zitting heeft aangegeven dat, indien de in het ambtsbericht van 9 april 2002 weergegeven situatie aangaande de niet-toelating van uit Centraal-Irak afkomstige uitgeprocedeerde asielzoekers, bestendig zou blijken te zijn, dit consequenties zou moeten hebben voor het wel of niet tegenwerpen van een verblijfsalternatief. Verweerder heeft geen concrete aanknopingspunten aangevoerd op grond waarvan aan de juistheid van dit ambtsbericht moet worden getwijfeld. In tegendeel, hij heeft op grond van dit ambtsbericht een vertrekmoratorium ingesteld. Er moet derhalve van worden uitgegaan dat uit Centraal-Irak afkomstige uitgeprocedeerde asielzoekers, niet worden toegelaten in Noord-Irak. Uit het ambtsbericht blijkt niet dat, zoals ter zitting door verweerder betoogd, de niet-toegankelijkheid van Noord-Irak slechts een momentopname is. Dat het om een tijdelijke standpuntbepaling gaat, waarvan kan worden verwacht dat dit binnenkort wijziging zal ondergaan, blijkt geenszins uit het ambtsbericht. Verweerders beleid houdt in dat een dergelijk beleid niet wordt gevoerd omdat er een verblijfsalternatief in Noord-Irak is, hoewel de situatie in Centraal-Irak zodanig is dat dat mogelijk aanleiding zou kunnen vormen voor het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid. Nu de bestreden beschikking op basis van dit beleid is genomen terwijl er van een verblijfsalternatief thans geen sprake (meer) is, ontbeert de beschikking - ex nunc toetsend - een deugdelijke motivering. De bestreden beschikking wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb. Beroep gegrond
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
- L.M. Ligtvoet-van Tuijn
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
