ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5241
Rechtbank 's-Gravenhage · 08-05-2002 · zaaknummer AWB 02/29807 VRONTN e.v.
Inhoudsindicatie
AC-procedure / Nepal / vluchtalternatief. Het asielrelaas van verzoeker wordt vooralsnog niet ongeloofwaardig of onaannemelijk geacht. Tegenover het niet-verschoonbaar ontbreken van documenten omtrent identiteit, nationaliteit en reisroute, staat dat ter staving van het asielrelaas enkele stukken zijn overgelegd met betrekking tot verzoeker en de situatie in Nepal. Dit, alsmede het relaas van verzoeker, past in het algemene beeld dat uit informatie omtrent Nepal beschikbaar is. Verzoeker heeft verklaard dat sedert 1996 door de Maoïsten concrete bedreigingen zijn geuit jegens hem en zijn familie, die er in elk geval toe hebben geleid dat zijn vader door hen is ontvoerd en later is vermoord. Zijn recente bevordering in december 2001 tot Sub-Inspector of Police hield in dat hij nog meer dan voorheen reeds het geval was persoonlijk zou worden betrokken in de strijd tegen de Maoïstische opstandelingen, thans vanuit Kathmandu. Voorts blijkt uit recente berichtgeving omtrent de situatie in Nepal dat de opstand zich uitbreidt over het gehele land, inclusief de hoofdstad Kathmandu. Verzoeker heeft ter zitting aangevoerd dat de Nepalese autoriteiten zelfs hem, als politiefunctionaris, in Kathmandu geen bescherming kunnen bieden tegen de Maoïstische opstandelingen. Blijkens het ambtsbericht van 3 november 2000, mede bezien in het licht van de meest recente informatie omtrent de situatie in Nepal, is verzoeker te beschouwen als behorende tot een risicogroepering. Immers, personen die in overheidsdienst actief zijn in die districten waar de Maoïsten zeggenschap hebben, lopen een verhoogd risico op bedreiging van de zijde van de Maoïsten. Nu uit de meest recente informatie blijkt dat de strijd zich ook uitbreidt naar Kathmandu, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet zonder nader onderzoek te verrichten kunnen stellen dat Kathmandu voor verzoeker kan gelden als verblijfsalternatief. Gelet hierop heeft verweerder verzoekers aanvraag niet zorgvuldig binnen 48 uren kunnen afdoen, daarbij concluderend dat er geen sprake is van vluchtelingschap, of dat geen schending van artikel 3 van het EVRM dreigt. De uitspraak AWB 02/17998 van de rechtbank Haarlem van 22 maart 2002 kan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet tot een ander oordeel leiden. In dat geval was immers geen sprake van een Nepalese asielzoeker die behoort tot één van de in voornoemd ambtsbericht genoemde risico-categorieën. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
